MIJN UITZICHT



Op verzoek van een radiomaker om mijn uitzicht te beschrijven sprak ik de volgende woorden. De tekst wordt/werd woensdag 12 juni, rond 22.00 uur uitgezonden op 747 AM, bij het programma de Avonden.



Mijn uitzicht is niet het huis dat nu al maanden lang leeg staat omdat niemand het wil kopen en dat mijn gracht laat voelen hoe het is om een weinig populaire achterbuurt te zijn.
Mijn uitzicht is niet het voormalige Telegraafgebouw dat nu in het bezit is van een mysterieuze groep die zich KAS ASSOCIATIE noemt. Niet de op een druipkaars lijkende vlaggemast waaraan een bleekgroene vlag bevestigd is die op de noordhoek zijn sonore klappen wappert.
Mijn uitzicht is niet de winkelstraat die ik achter dat gebouw weet en waar doorheen mompelend mensenvlees zich, als een omgekochte demonstratie van burgerlijke ontevredenheid, beweegt.
Niet de drie neo-gotische torens van het voormalige hoofdpostkantoor - ooit een kathedraal van leegte waarin, als biechtstoelen een aantal loketten waren gehuisd, en dat nu tot de nok toe met onnutte koopwaar is gevuld. Magna Plaza. Wie weet wat dat betekend?
Op de gevel staat een tekst die de ontevreden burger richting geeft: shop till you drop.

Mijn uitzicht begint bij de zacht wiegende groene bladerenzee, die mijn blik omhoog kaatst naar de wolken. De wolken die elke dag in een andere toonsoort hetzelfde lied ten gehore brengen. Die bijna altijd de tragische levensloop van weer een dag die dood moest gaan van gepast decor voorzien. Het stille drama van waterdamp, luchtstromingen, temperatuur- en drukverschillen, daaraan hang ik mijn uitzicht op.
Strevend naar een Groot Belang laat de waterdamp zich slechts in schijnbare nutteloosheid onthullen. Schoonheid zonder doel, en met nauwelijks een reden. Soms ontmoet ik mensen die net als ik gespannen de groei van een wolk kunnen volgen en die, net als ik, gepijnigd kreunen wanneer een wolk mislukt.

Vaak meet mijn uitzicht 21 bij 29,7 centimeter. 100 grams. Chamois of creme. En nooit kan ik een vel onaangeroerd laten. Ik leef me op haar uit als op een geblindoekte minnares. Bezittend schrijf en teken ik haar vol met zwarte inkt.

Mijn uitzicht is een ademloos heelal waardoorheen muziek van Anton Webern zich niet met lucht, maar via zonnetrillingen verplaatst.
Een ademloos heelal waarin een orde heerst die, naar moet worden aangenomen, nog nooit van Amsterdam of Dick Tuinder heeft gehoord. Waarin objecten als ontschoten gedachten zonder eigenaar hun rondjes draaien.

Temidden van die lege koude kijk ik in de ogen van een kind van twee en een half jaar oud.
In die ontmoetingsplaats van generaties, nog nauwelijks betreden door een zelfbewustzijn, blik ik jaren terug en generaties ver vooruit. Onze levens, van mijn zoon, zijn zonen en van mij vloeien er in samen tot een genetische explosie ons hand in hand in een onbeschreven vel laat verdwijnen. Een eeuwigheid geleden, in een toekomst, ver hier vandaan.
Voor hem, mijn zoon, teken ik wolken in zwarte inkt en houdt ze tegen het raam. We kijken er samen naar.
Dat moment, die droom, dat is mijn uitzicht.

Amsterdam, 6 juni 2002


Dick Tuinder, 2002.


back<<<