Wiebelige Spiegels


Bezoek aan het Internationale Festival van Korte Films in Tirgu Mures


Aan de andere kant van de schuifdeuren van het vliegveld is er direct die geur. Een geur van geschroeid rubber met een vleugje laurier en de op mysterieuze wijze met derde wereld steden verbonden geur van te lang gekookte kool. In de stad verlaat die geur je nergens. Alles is er van doordrongen. In trappenhuizen wasemen de muren het op een koele manier uit.

De weg van vliegveld Ottopeni naar Boekarest is een zestien kilometer lange vierbaans racebaan gevuld met apocalyptische voertuigen. Zwarte rook spuwende stalen draken. Iets minder zwarte rook spuwende stalen torretjes. Allen lijken zich met maximale snelheid voort te bewegen. Tegenliggers passeren elkaar rakelings. Aan weerszijden van de weg staan soms plotseling boerderijen of woonblokken of een hoopvol restaurant. Stumperige boompjes met ademnood. Industriële Bonsai cultuur. Terwijl we langs een grote stomende Roman truck rijden en ons er tegelijk een passeert moet ik denken aan de openingsscene van Fellini's Roma. Een lange overvolle rechte weg. Enorme dynamiek. Het doel, Boekarest, in geen velden of wegen te bekennen. Het is mogelijk dat de avond valt en het weer licht gaat worden zonder dat we de stad bereiken. Het is mogelijk, maar het gebeurd niet. Plotseling zijn we er. Een groot plein met aan alle zijden Stalinistische paleizen. Boekarest begint en eindigt heel plotseling.

Het twee miljoen inwoners tellende Boekarest is klaar voor veel verkeer. De vaak twintig tot dertig meter brede boulevards die de stad doorkruisen bieden, nu er geen parades meer worden gehouden, voorlopig nog alle ruimte aan het in aantal toenemende autoverkeer. Nog steeds is er geen sprake van echte verkeersopstoppingen, hoewel er `s ochtends en `s avonds al wel een duidelijke spits waarneembaar is. Naast de nieuwe luxueuze hotels en de boulevards met chique boutiques zitten de verweesde zigeunerkinderen, de vrouw zonder armen, de man zonder benen, de oude soldaat die zich met twee stokken staande houdt. Becket, maar dan zoals hij het `t liefst zou hebben geschreven: zonder woorden. De onverwachte en overdadige zon, de taal, de vroeg twintigste-eeuwse villawijken, de drukte op straat, de stalletjes: alles maakt dat we ons voortdurend misplaatst voelen. Waar zijn we in Godsnaam?
Het lijkt op Italië, toch zijn we maar een uurtje verwijderd van het begin van het oosten, Bulgarije. Het lijkt Parijs, het lijkt Mexico City, het lijkt geschiedenis die nog niet geleefd werd. Voortdurend moeten we onszelf er aan herinneren dat we in Boekarest zijn. Iets aan deze stad is heel anders dan wat ik verwacht had. Zeker, daar zijn de duister verlichte trappenhuizen, de liften en roltrappen die het niet doen, de grauwe aslaag op het beton. Maar er zijn ook de wellicht honderdduizend bomen, de avantgarde architectuur uit de jaren `20 en `30. De inwoners van Boekarest lopen veel en massaal over straat. Wie het kan betalen houdt van luxe taartjes. Je voelt je bijna thuis en toch is er iets heel steriels.
Yossi, die dertig jaar geleden uit Roemenië is gevlucht en pas na de val van Ceaucescu naar het land terugkeerde verteld dat de humor, die volgens hem typisch was voor Roemenië, bijna totaal is verdwenen. Misschien is dat het. In tien dagen tijd heb ik geloof ik niemand uitbundig zien lachen. Vriendelijkheid en beleefdheid zijn de meest uitbundige emoties. De mensen zijn serieus. Serieus armoedig, serieus rijk, serieus intellectueel, serieus grappig.

Ik ben in Roemenië op uitnodiging van de Soros Foundation om zitting te hebben in de jury van het internationale festival voor korte film in Tirgu Mures (of Marosvásárheln of Neumarkt, hieruit blijkt direct de complexe historische situatie van het gebied). Vanuit Boekarest reizen we met de nachttrein. We worden met alle egards behandelt. Nadat Ferenc, de artistiek directeur van het festival, ons naar onze eerste klas slaapcabine heeft gebracht loopt hij zelf weer terug naar de tweede klas waar hij acht uur lang in een krappe stoel zal zitten. Wij nemen plaats op ons bed, schroeven de dop van de fles wodka en kijken dromerig naar de sprookjesachtige gruwelijkheid van het industrielandschap buiten Boekarest. Dan is er een hele tijd alleen maar zwart met af en toe een lichtje in de verte. Na twee uur begint de trein te stijgen en rijden we de Karpaten binnen. Onwaarschijnlijke sterrenhemel, de wolven huilen en op een stil perron horen we hoe de machinist kolen op het vuur van de stoomtrein gooit.
Als we zes uur later gewekt worden rijden we weer door een industrielandschap. Kilometers lang gigantische schoorstenen, staalconstructies, gele rook, witte rook, zwarte rook en oranje rook. Hier wordt iets gemaakt. Wat precies is onduidelijk. Tirgu Mures is zoals bijna alle verstedelijkte gebieden in Roemenië relatief welvarend. Er zijn winkels waar verschillende spullen te koop zijn en er zijn mensen die die spullen kopen. De armoede en achterstand is niet zo schrijnend als volgens berichten in het achterland waar een werkelijk middeleeuwse situatie meer regel dan uitzondering is. Afgezien van de zwervers en eerder genoemde mismaakten en bedelende pensioengerechtigden zou je kunnen denken dat ook hier de situatie aan het normaliseren is. Maar er is vooral veel nette armoede. Om 1 gulden te besparen reist men liever acht uur per tweede klasse. Naar het café gaat de oude Spafles met huisgestookte Palinka mee.
Toch zijn er op het festival veel bezoekers uit Boekarest die die reis maken om de buitenlandse films te zien. De honger en het verlangen zijn groot. Het festival is het enige internationale festival in grote omtrek. Het Hongaarse jurylid wist te vertellen dat het andere dichtstbijzijnde festival van dezelfde orde in Krakau, Polen, is te vinden.

Zonder precies te weten welke prijzen er te verdelen zijn beginnen we donderdagochtend met de vertoning van de films in competitie. De jury is nog niet compleet omdat de twee Hongaarse leden ergens in de bergen tussen Boedapest en Tirgu Mures met autopech staan. Zij zullen later diezelfde avond arriveren. Onwennig loop ik met mijn badge waarop staat dat ik jury ben door de prachtig hal van het Kultuur Paleis. Ik draag hem de eerste dag om herkent te kunnen worden door de organisatie maar zo snel die op de hoogte is van mijn bestaan draag ik hem in mijn jaszak. In een hoog tempo worden de eerste 14 van de 59 films vertoond tot er een onverwachte pauze losbreekt. Het zaallicht gaat aan en over de speakers klinkt een opgewonden Roemeense stem. Alle bezoekers verlaten de zaal en haasten zich naar de grote hal. Daar staat Mircea Rinescu, de bekendste Roemeense dichter. Hij was in de buurt en maakte aan de organisatie bekend dat hij met het publiek van het festival over de afgelopen en aanstaande verkiezingen van gedachten wenste te wisselen. Rinescu, die in Roemenië geweldig populair is, (hij zat een aantal maanden in de noodregering na de revolutie van 1989, maar werd er vervolgens door de oude garde uitgewerkt) staat met een microfoon in zijn hand en leest iets voor vanaf een papiertje. Naast hem zit een geheimzinnige man in een Mexicaanse poncho die we diezelfde ochtend ook al uren lang op een stoel in de gang op de tweede verdieping van het hotel hadden zien zitten. De stemming onder het publiek is aandachtig maar niet geladen. Niet revolutionair. Eerder een beetje vermoeid. Respectvol tegenover de gewaardeerde dichter maar verder verschilt hun houding niet zoveel van de mijne, die grotendeels bepaald wordt door een taalbarrière. Die barrière is er ook onder de jongere bezoekers van het festival. Zoals de radioverslaggeefster die mij vroeg of nou niet eens afgelopen moest zijn met het gezeur en de films over het communistische tijdperk. "We moeten toch ook vooruit kijken, meer positief denken?"
Mijn antwoord kwam ook op mijzelf belegen en misschien wel exotisch over. Ik kon niet anders dan antwoorden dat begrip van het verleden de tocht naar de toekomst misschien wat begaanbaarder maakt. Maar ik zag aan haar teleurgestelde gezicht dat dit niet het antwoord was dat zij wilde horen. Natuurlijk wil een nieuwe generatie vooruitstormen zonder de historische ballast waaraan zij zelf weinig tot niets hebben bijgedragen met zich mee te moeten zeulen. Men wil ademhalen en dansen op slechte muziek in de hoop dat die muziek al dansend steeds beter wordt.

Na de interruptie door de dichter wordt het programma hervat met de officiële opening van het festival. Een aantal juryleden voert het woord. Ieder benadrukt op zijn eigen manier het belang van het filmfestival als podium voor onafhankelijke filmmakers. Een opmerking die de volgende ochtend een dramatische invulling krijgt.
Kort nadat het tweede programma die ochtend is begonnen schuift Yossi naast mij aan. "De regisseur uit Azerbeijan is gearriveerd, hij is in tranen."
De vorige dag hebben we een film van hem gezien. Van Shamil Najafzadeh. Een vijftien minuten durende documentaire over een bijna honderdjarige blinde fotograaf uit Bakoe. De film toonde de fotograaf terwijl hij door zijn oevre bladerde, en probeerde een verhaal van de geschiedenis van Azerbeijan te vertellen zonder woorden maar mét helaas een heleboel slechte popmuziek. Bij de nabespreking was de jury het er over eens dat het hier een gemiste kans betrof en was al besloten dat de film niet verder mee zou dingen naar een prijs. We hadden de film gezien op de videobeam omdat de maker niet op tijd was gearriveerd. Hij kwam een dag te laat na drie dagen in vliegtuig en trein te hebben gezeten. Van Bakoe naar Moskou naar Kiev naar Boekarest naar Tirgu Mures. Hij is er van overtuigt dat de film op 35 millimeter moet worden vertoont om echt tot zijn recht te komen. Uiteindelijk wordt besloten de film de volgende dag om kwart voor tien `s ochtends, een kwartier voordat het officiële programma begint, nogmaals te draaien. Die ochtend zitten er drie mensen in de zaal. Drie bezoekers voor elke dag dat hij gereisd heeft ware het niet dat twee van de bezoekers de regisseur zelf en zijn producente zijn. De derde ben ik, en ik had de film al eens gezien.

De film valt ook als 35 mm projectie tegen. Ik vermoed dat mijn Azerbeijaanse collega een gepassioneerde amateur is. Vol goede bedoelingen en met een ontzagwekkende, en in niets met mijn omstandigheden te vergelijken achtergrond. Zijn gretigheid en doorzettingsvermogen zijn bewonderenswaardig, maar blijken ook nu weer geen garantie voor grote kunst. Dezelfde dubbelheid in gevoelens had ik eens tijdens een bezoek aan de kunstacademie in Bangkok. Kunststudenten die `s nachts werkten in bars en `s ochtends op de vloer van het academiegebouw in een bed van kartonnen dozen sliepen, om `s middags te kunnen schilderen. En zij waren de fortuinlijke 50 die elk jaar uit een groep van 4000 werden gekozen. Maar ook hier gold dat de barre omstandigheden niet per definitie bijzondere kunst voortbrachten. Eerder het tegenovergestelde. Het betrof meestal, hooguit bizar, hypersymbolisch poster-surealisme, Ravenstein versies van Monet. Betekenisloze troep. De beste kunst wordt over het algemeen gemaakt als een kunstenaar goed te eten heeft, zich een beetje fijn kan kleden en vooral ook wanneer hij zich af en toe de luxe van verveling kan veroorloven. Want in verveling komt vaak de reflectie die leidt tot zelfkennis.

Het is maar een theorie natuurlijk, maar wel een die naar mijn mening in zijn ongefundeerdheid in ieder geval ruimschoots wordt overtroffen door de mythe van de gekwelde-, lijdende-, en aan de lopende band meesterwerken producerende kunstenaar. Waar komt die mythe toch vandaan? Iedereen begrijpt toch ook dat een cardioloog niet goed kan opereren met oud bestek? Ja, onder barre omstandigheden met een botte zaag een been afzetten en andere Eerste Hulp Bij Ongelukken, maar dat is geen hogere chirurgie. En zo is het ook vaak met de kunst uit deze geteisterde landen. Het is EHBO-surrealisme. Zovelen collega's die bewondering afdwingen door hun betrokkenheid en vastbeslotenheid, maar zoveel verschrikkelijk overbodig werk maken. Natuurlijk is 99% van alle kunst uiteindelijk overbodig, maar de schrijnende tegenstelling drukt je nog eens extra met de neus op de feiten.

Toch zijn er ook een aantal heel mooie films te zien. De korte film Execution van Gothar Peter uit Hongarije bijvoorbeeld, de Australische film Maidenhead die uiteindelijk de hoofdpriojs in de wacht zal slepen en ook een handvol Israelische films die allemaal opvallen door hun soepele structuur en virtuositeit maar ook bijna zonder uitzondering uiteindelijk tenonder gaan aan niemendallerigheid. Een van de hoogtepunten van het festival is de documentaire Tonel and Viernu van Mugurel Vasilu uit Roemenië. In deze documentaire zien en horen we een aantal oude mannen herinneringen ophalen aan Tonel en Viernu, ooit beste vrienden maar door een gruwelijk misverstand elkaars grootste vijanden geworden. Tonel vermoordde Viernu, maar die had het al aan zien komen en andere vrienden van hem laten zweren zijn dood te wreken. Dus de vrienden van Viernu vermoorden op hun beurt Tonel. De mannen die zich de geschiedenis herinneren zijn ook nog steeds in twee kampen verdeeld. Gedurende de documentaire komen we steeds weer terug bij een oude zanger die deze geschiedenis op muziek heeft gezet en er een prachtige ballade van heeft gemaakt. Aan het eind van het lied blijkt echter dat hij slechts één deel van het verhaal heeft verteld. Namelijk hoe Tonel door de vrienden van Viernu werd vermoord, en niet hoe de eerste daaraan voorafgaand de tweede om het leven bracht. De verklaring van de componist is even simpel als schokkend. Enkel de vader van Tonel heeft hem geld gegeven om van de geschiedenis een lied te maken dat de tijden zal overleven. De vader van Viernu had er geen geld voor. En dus blijft slechts die ene kant van de geschiedenis bewaard voor het nageslacht.

Zonder aan overinterpretatie te willen gaan doen vermoed ik dat hiermee een van de meest elementaire makken van Roemenië als land wordt blootgelegd. Het probleem met de geschiedenis. Roemenië heeft geen gemeenschappelijke geschiedenis. Er is de geschiedenis van de Hongaren, de Roemenen, de Zigeuners, de Moldaven en de Saxen. En verschillende van die groepen vallen weer uiteen in subgroepen. De stinkend rijken, de ploeteraars en de verschopten. Er is de verschillende geschiedenis van het platteland en de stad. Van de communisten en de fascisten. Zelfs de jongste historische gebeurtenissen hebben niet tot een gemeenschappelijke geschiedenis geleid. De als revolutie betitelde omwenteling in 1989 is onwaarschijnlijk complex en schimmig.
"De favoriete theorie van de Roemenen," zegt de Nederlandse fotograaf die ik in Tirgu Mures ontmoet en die al zes jaar in dit deel van de wereld leeft, " is de complottheorie. Er zijn eindeloos veel verhalen over het ontstaan en het verloop van de revolutie. Dat-ie maanden vantevoren door de huidige machthebbers zou zijn gepland. Dat de Securitate er aan heeft meegewerkt. En als de Securitate er dan aan heeft meegewerkt waarom zijn ze dan tot 16 januari 1990 doorgegaan met moorden, en wie zijn er vermoord? Was het willekeurige terreur of zijn er mensen vermoord die te veel wisten? enzovoorts, enzovoorts."
Niemand gaat in principe vrijuit. Op bijna iedereen rust in principe een verdenking. Wie niet zwijgt die roddelt, verdenkt of verspreidt geruchten. Wie dat niet doet zwijgt of werd het zwijgen opgelegd. De vermoeidheid van de jonge radioverslaggeefster wordt opeens een stuk begrijpelijker.
Het valt mij na tien dagen in Roemenië op dat ik in alle hotels, openbare toiletten en café's geen enkele (spiegel)gladde spiegel heb gezien. Alle spiegels in Roemenië hebben een wiebelige vertekening waardoor soms je gezicht te lang, soms te breed lijkt of er een rare bocht in je neus lijkt te zitten. Ik bedenk me dat het tijdens de communistische terreur zeer lastig was voor de gemiddelde Roemeen om een zelfbeeld te krijgen. En dat de slordige produktie van spiegels misschien geen opzet was van het regime, maar dat datzelfde regime er vermoedelijk ook niets op tegen zou hebben gehad. En dat heel misschien de Roemenen zelf er ook niet echt rouwig om zullen zijn geweest. Hoe een land te begrijpen waar op dezelfde plek waar ooit een overproduktie is geweest aan grote dubbeldeurs koelkasten zodat je zelfs in het goedkoopste hotel en op de kleinste hotelkamer wordt verrast met de trotste opmerking: "And off course the room has a refrigirator!" nu een cholera epidemie dreigt los te barsten. Het is zo eenvoudig om je op een klein cultureel eiland als dit filmfestival te verbazen over de gelijkgestemdheid van de mensen waar ook ter wereld als je maar het juiste gespreksonderwerp hebt. Maar als ik een paar dagen later in het restaurant van ons hotel in Boekarest zit en de slechte housemuziek opnieuw keihard door de verder lege ruimte dendert terwijl ik uitkijk over de stad waar ik resten zie van communistische noodbouw, fin du siecle grandeur, oosterse invloeden, kantoren met dertig typemachines en typistes die alles wat je maar wilt uittypen, opgemaakte meisjes, zwervende bejaarden, snelle zakenjongens die op de ruïnes van het land bloeiende ondernemingen funderen, snap ik er weer helemaal niets van.
Ik vraag Cristina Corciovescu, jurylid en hoofdredacteur van het filmblad Pro Cinema hoe het zit met de filmindustrie van Roemenië. De propaganda machine van de communisten moet toch een potentieel geweldige infrastructuur hebben achtergelaten? Maar ze schudt meewarig, bijna verwijtend over zoveel domheid van mijn kant, haar hoofd.
"Alles ligt in puin," zegt ze, "er is niets meer van over." Haar eigen fullcolor filmblad waarvan maandelijks ongeveer 20.000 exemplaren worden verkocht oogt dan ook als een versierd promotieblaadje van filmdistributeurs. Westerse distributeurs. Tom Cruise staat op de omslag en de centerfold toont Famke Jansen, die volgens Cristina enorm populair is in Roemenië.
Tijdens de prijsuitreiking op de laatste avond van het festival realiseer ik me nog eens de illusionaire kracht van het medium. Een van de Roemeense films die een prijs won voor beste camera ging over een filmregisseur op de set. Geen geweldige film. De filmregisseur in de film zag er uit zoals een filmregisseur er uit moet zien. Haar stijlvol achterover. Zonnebril op Italiaanse wijze in zijn haar gestoken. Dure stijlvolle coltrui. Mooie schoenen. De kop een beetje gebruind. En verzorgde stoppelbaard van 3,5 dagen. De regisseur van de echte film die de prijs in ontvangst komt nemen is in alles het tegendeel van zijn filmkarakter. Een bleke jongen met sluik haar. Een oude spijkerbroek, afgetrapte gympen. Ik stel me de situatie voor op de echte set van de film. De filmregisseur die de filmregisseur regisseert. Dit is de kale werkelijkheid. Heel even had ik in de illusie van de film geloofd. De jury had ook een prijs uitgeloofd voor de beste Roemeense acteur of actrice. Ons oog was gevallen op Mariana Seulemanu die een prachtige rol speelde in de film The Matchmaker van Dan Ratiu. Ze speelt een eenvoudige Roemeense vrouw die een videoband maakt van zichzelf om aan een Amerikaanse man te komen. Opeens wordt ze van een wat stoffige niet bevallen moeder tot een oogverblindende schoonheid. In de tien minuten dat ze te zien is toont ze alle lagen van het karakter van haar personage. De jury is unaniem in haar oordeel.
Als de regisseur van de film namens haar de prijs in ontvangst neemt en het dankwoord uitspreekt wordt het plotseling heel stil in de zaal. Tien seconden later wordt ik door mijn tolk geïnformeerd. Mariana Seulemanu was twee dagen eerder aan een overdosis overleden. Deze drugs gerelateerde dood gaf het festival nog bijna iets van glamour. Maar het was een trieste glamour. Na de prijsuitreiking ging iedereen naar huis. Er was geen geld meer voor een feestje.

Terug ik Boekarest waar we op perron acht van het Centraal Station een romp met 1 arm zagen die vermoedelijk aan een van zijn laatste levensdagen bezig was verdween een de euforie die ik heel even gevoeld had. De euforie dat de wereld een beetje beter kan worden en de mensen begripvoller tegenover elkaar, als ze in een middelgrote industriestad in Transsylvanië gezamenlijk naar films uit de hele wereld gaan kijken.
Nadat er ongeveer 200 mensen langs de romp waren gelopen werd hij uiteindelijk door twee collegazwervers die nog wel benen hadden een stukje verderop gesleept zodat hij niet meer in de schaduw maar in de zon lag.

Dick Tuinder, 1996.


back<<<

copyright 2001 dick tuinder / silent woods industries