Met Naald en Draad

De hersenen van vrouwen zijn gemiddeld net iets kleiner dan de hersenen van mannen. Vrouwen zijn over het algemeen ook minder sterk dan mannen. Ze zijn dus dommer en fysiek zwakker. Deze gebreken worden echter ruimschoots gecompenseerd door het talent om te zeuren. En omdat ze zo goed kunnen zeuren hebben ze uiteindelijk van de mannen het stemrecht gekregen. Dat lijkt nogal onverantwoord maar in de praktijk valt het effect van de 'vrouwenstem' wel mee. Vanwege hun domheid en volgzaamheid stemmen ze meestal op dezelfde partij als hun man of vader. Het stemrecht voor vrouwen heeft dan ook nooit een grote politieke verschuiving veroorzaakt.
Met een bonbonbloc in mijn mond en een breiwerkje op mijn schoot zat ik een aantal maanden geleden als hierboven beschreven te mijmeren toen de telefoon ging. Ik legde de breinaalden terzijde slikte de bonbonbloc snel door en tilde de hoorn van de haak.
Een bedeesde vrouwenstem verontschuldigde zich voor de inbraak in mijn ongetwijfeld belangrijke bezigheden en vroeg of ik een moment had. Nou kijk en die sjawl moest wel af, maar het was nog lang geen winter dus ik nodigde de beslter uit van wal te steken.
De exacte woorden van haar verzoek zijn mij ontschoten. De strekking niet. De vraag was of ik, met nog drie andere mannen in de etalage van de bijenkorf wilde gaan zitten borduren.
Dit merkwaardige verzoek ging vergezeld van een aantal stevige complimenten. Dat waren niet zomaar mannen, maar mannen van naam en faam. De belster noemde inderdaad een aantal namen van mannen die ik kende als bestuurders op (kunst-)politiek gewichtige posities die hun medewerking reeds hadden toegezegd en het mocht duidelijk zijn dat ik me op datzelfde niveau mocht denken.
Volgens de belster ging het om een kunstproject maar hoewel ze er nog heel veel meer over wilde vertellen moest ik haar nu toch echt de mond snoeren.
Of het werkelijk een kunstproject was viel nog te bezien maar met name werd ik boos van het doorzichtige geslijm van de belster. Omdat ik al ruim twintig jaar een min of meer publiek leven leidt in de Amsterdamse kunstwereld acht ik mezelf niet geheel onbekend, maar om mij te verleiden met de status van man van naam, dat ging te ver. Als ik dat was geweest dan had de belster geweten dat ik reeds meerdere malen in verschillende kranten en tijdschrijften mijn weerzin tegen dit soort quasi kunst had geuit. Maar ik ben geen man van naam en faam of de belster las nooit kranten, in ieder geval was die boodschap bij haar nooit overgekomen.
Die weken hoorde ik van verschillende vrienden dat ook zij door dezelfde vrouw waren gebeld. Allen die ik sprak hadden uiteraard hun medewerking geweigerd. Ik verwachtte dat het 'kunst-project' aangezwengeld door mijn weigering om mee te werken wel een vroege dood zou sterven. Maar nee. In de verenigde Sandbergen # 21 worden maar liefst vijf pagina's aan het project gewijd. Er staat ook een lijst met namen van belangrijke mannen die wel hun medewerking hebben toegezegd.

Ik stop spontaan met breiën en glij met de punt van de breinaald over de lijst van namen van meer dan 100 mannen. Zie dat ik tussen de beroemde Utrechtse conservator Ranti Tjan en de niet minder vermaarde beeldend kunstenaar JCJ Vanderheyden had kunnen staan en onderga een mengeling van emoties.
Opluchtig dat ik er niet bij sta.
Verbazing, verwarring en de angst dat mijn leven nog eenzamer gaat worden wanneer ik de namen van een aantal vrienden en bekenden lees. Lex, Jan, Melle, Heiner, Jos, Jaap... jongens! Wat is er aan de hand?
Ik denk aan alle mannen van faam die hun medewerking niet hebben verleend en denk aan de belster die bij een weigeringsfactor van 50% meer dan 200 maal telefonisch veren in mannen hun reet heeft gestopt door ze te vertellen dat ze een aantal belangrijke mannen zocht voor een project en dat u, meneer X. DAAR EEN VAN BENT! Wanneer ik een exercitie van die omvang en deemoed wil begrijpen kom ik uit op een vrij zeldzame blend van boedhisme en pornografie. Het onderliggende sexuele karakter van deze telefonische gangbang is evident. Eerst worden de mannen slaafs gekieteld, maar vervolgens moeten ze met de boetekap op in de etalage.
Dat de straf er uit bestaat dat de mannen publiekelijk typisch vrouwlijk en dus minderwaardig werk uitvoeren kan ik aan mijn mannelijke, Turkse en naar ik vermoed gelovige kleermaker maar moeilijk uitleggen. Zijn verbazing is mijn verbazing. Borduren kan ontzettend leuk zijn. Modelvliegtuigjes bouwen ook. Maar waarom moet je daarmee in de etalge gaan staan en een vage sociaal-politieke boodschap uitdragen? Want natuurlijk heeft het project uiteindelijk een kritisch en wereldverbeterend karakter. De opbrengsten worden namelijk overgemaakt aan The African Filmmakers Trust uit Zimbabwe.
Maar wat is het nu: slechte kunst of een goed doel?

Het Sandberg Instituut heeft altijd al een hoog borduurwerkgehalte gehad. Meer dan op vermoedelijk elke andere kunstopleiding wordt er aan de Generaal Vetterstraat gepunnikt, gehaakt en gebreën. En daar is iets voor te zeggen. Het gaat namelijk niet om dat punniken, haken of breiën zelf, maar om de toewijding, de devotie, de zalvende werking van de monotomie, de soms inspirerende uitstraling van de intellectuele ascese. Het Sandberg Instituut is derhalve een van de meest religieuze kunstopleidingen van Nederland. Maar die devotie werkt alleen wanneer het devoot blijft en niet wanneer het uitmondt in een exhibitionistische vertoning van zogenaamde goedheid.
De initiatiefneemster gaat wat mij betreft vrijuit, maar de deelnemers niet. Mijn verontwaardiging betreft niet de initiatiefneemster die zich achter een matig talent en een aan krankzinnigheid grenzend wereldbeeld kan verschuilen, maar de deelnemers die, als mannen van naam, natuurlijk geen enkel excuus hebben. Hun bijdrage aan het misverstand is ernstiger. Door hun medewerking gooien ze niet alleen hun eigen faam te grabbel, tevens sanctioneren zij deze als kunst vermomde infotainment. Iets anders is het namelijk niet en een itempje in Hart van Nederland en andere cultuurminnende programma's lijkt dan ook gegarandeerd. Je kan de met triomfantelijke verbazing uitgesproken inleidende tekst al dromen: "Een bijzonder kunstproject in Amsterdam..."
Een bijvoegelijk naamwoord, een zelfstandig naamwoord en een eigennaam, waarvan alleen de laatste waar is. Want van bijzonder noch kunst is hier sprake. Na de inleiding volgt een harde schnitt naar een in gepijnigde concentratie, het puntje van zijn tong tussen zijn tanden geklemd, verzonken cultuurdrager boven zijn borduurwerkje en tegenshots van verbaasd kijkende huisvrouwen.
Zou dit zijn wat men met 'cultuurspreiding' bedoelde? Het idee daarvan was toch dat de kunst naar kunst-arme gebieden zou stromen? Dat was het idee ja, maar sinds de sluizen zijn opengezet volgt die cultuurspreiding heel simpel de wet van de communicerende vaten. Het is niet de kunst die naar hunnie stroomt maar de folklore die onze kunstpolders onder water zet.
MIJN volgende project wordt een vloot van reddingsvlotten die door gepensioneerde zeemannen van ongewassen Drentse schapenwol zal worden gebreidt. Alle cultuurdragers kunnen een plaatsbewijs kopen.

Dick Tuinder, 2001.


back<<<

copyright 2001 dick tuinder / silent woods industries