HUREN IS GEEN KUNST



Tekst voorgelezen tijdens de de presentatie van De Verzameling, een initiatief van Deiska een bedrijf dat in het vaak betwijfelde gat tussen kunstenaars en bedrijven is gesprongen. De voordracht werd gehouden op 24 mei 2002, rond zeven uur 's avonds. Plaats: Rokin 114, Amsterdam.





Geachte aanwezigen,

Onlangs bereikte mij via een goede vriend het volgende verhaal. Details als exacte locatie, het soort hout waarvan sprake is enzovoorts, zijn mij ontschoten, maar de strekking is mij terdege bijgebleven.
Het verhaal speelt zich af in Engeland. Daar werd, halverwege de 16-de eeuw, in een drassig gebied een universiteitscomplex gebouwd. Vanwege de bodemgesteldheid, en ook omdat men meende voor de eeuwigheid en dus in steen te moeten bouwen, moest het complex gefundeerd worden met enkele duizenden houten heipalen.
Niet een eeuwigheid, maar 450 jaar later is het stenen gebouw nauwelijks door de tijd aangetast, maar het ontzielde bos dat haar draagt voert een inmiddels steeds wanhopiger gevecht tegen verrotting, termieten en ander vreetgraag ongedierte.
Authentieke restauratie zou niet alleen bijzonder kostbaar zijn, maar zou ook ten koste gaan van bij elkaar een stevig uit de kluiten gewassen bos. Bovendien ging het ook nog eens over een inmidels vrij zeldzame houtsoort waarvan de boom tenslotte in Engeland nog maar nauwelijks groeide. Althans, dat was de gedachte totdat een snuggere bouwkundige in de nabije omgeving van het complex een bos ontdekte dat er volgens een historische kaart uit plusminus 1500 in die tijd nog niet had gelegen.En stomtoevallig bleken die bomen waaruit dat bos was samengesteld grotendeel ook nog eens de leveranciers van die zeldzame houtsoort die men destijds voor de heipalen had gebruikt.

Als een gasbel in het moeras zweefde het verhaal achter deze toevallige samenloop naar de oppervlakte en knapte met een betoverd en deemoedig zacht plopje open.
De bouwers van het universiteitscomplex hadden zich destijds ook al gerealiseerd dat het fundament over een kleine vijf eeuwen zou moeten worden vervangen. Om niet over de erfenis nog een vervelende belasting te leggen lieten ze in de directe omgeving een bos aanleggen waarvan dan eeuwen later... enzovoorts.

Mij overviel een diep ontzag en grote ontroering voor mijn 4 eeuwen oude medemens.
Wie 450 jaar vooruit kan denken leeft meer in het heden dan hij die alleen maar in halfjaarcijfers over de toekomst kan denken. Wie 450 jaar vooruit kan denken en die gedachte mede zijn handelen in het heden laat bepalen, die moet ook in staat worden geacht om de aan zijn bestaan voorafgaande 450 jaren in zijn besluiten mee te laten wegen.
Die mens leeft dus in een heden dat al met al een klein millenium beslaat.

Ons heden is vaak niet langer dan een dag of een week en ten langste een mensenleven. En omdat ons heden, die snel vervagende echo van het verleden, in deze tijd van zo korte duur is, kunnen wij ons eigenlijk alleen nog maar verhouden tot een zeer nabije toekomst.
Het proletariaat wil niet meer generaties lang zwoegen en offeren voor het arbeidersparadijs van hun achter-achter kleinkinderen, zij wil het NU! Subiet! Het lijkt de clichematige verzuchting van een het tempo niet meer bijhoudende oudere man, maar er is in vele facetten van het leven een objectieve versnelling waarneembaar.

De arbeiders willen NU een perfecte wereld, de aandeelhouders willen NU rendement, de kiezer wil NU resultaat zien.
Gelovigen verlaten de kerk omdat zij vinden dat de terugkeer van de Verlosser nu wel erg lang op zich heeft laten wachten of spoeden zich juist, behangen met explosieven zelf dan maar richting de Eeuwige Bezette Gebieden. Je vraagt je daarnaast af waarom er in Nederland nog zoiets als een Cultureel Plan Bureau, dat decennia ver vooruit denkt over de inrichting van ons land, bestaat wanneer de politiek zich bijna uitsluitend nog laat leiden door de opiniepeilingen van gisteren.
Het lijkt kortom weer eens tijd om wat apocalyptische taal uit te slaan.

Broeders in God, er waart een spook door de wereld! Een gulzig spook, een ongeduldig spook en ook... een angstig spook.

Een van de weinige manifestaties van de samenleving die zich grotendeels ontrekt aan de de betovering van dat spook is de kunst. Daar immers denkt men in eeuwen terug en vage niet bekende noch geplande toekomsten.
De kunst waarvan nooit bijvoorbaat vaststaat of zij waardeloos zal blijken te zijn of juist onbetaalbaar. Want, om nog maar eens een element uit het gedachtegoed van onze voorvaderen aan te halen, het kan verkeren.
Bach werd gedurende bijna de gehele 19-de eeuw voor onverteerbare bokkenpruik versleten en de geest van Rembrandt heeft ons ook pas zeer recentelijk weer opnieuw kunnen betoveren.
Het kopen van kunst of, zoals het eufemistisch wordt genoemd, het INVESTEREN in kunst is daarom een hachelijke zaak.
Tenminste als je het ziet als investering en er dus direct profijt van verwacht. Grote kans echter dat pas uw achter-achter-kleinkinderen er profijt van hebben en en nog grotere kans dat zij u smakelijk zullen uitlachen om de door u zo uitbundig beleefde wansmaak.
Het is wel duidelijk dat eerder genoemd eufemisme niet alleen een misvatting, maar zelfs bedrog is. Een valse suggestie. Geen enkel zinnig mens investeert in kunst. Zinnige mensen KOPEN kunst.

Nu heb ik mij laten inlichten dat het bedrijf waarvan u hier een tentoonstelling kunt zien onder andere werkt met het lease-principe. De klant kan uit De Verzameling kunst lenen of leasen. Nu weet ik daar niets van, maar aan leasen zullen ongetwijfeld grote belastingtechnische voordelen zijn verbonden en persoonlijk vind ik geld, op welke manier ook uitgegeven aan kunst, nooit weggegooid geld, en dus dient er eigenlijk niets dan lof te worden gesproken over dit initiatief maar toch blijft er iets onbestemds narommelen in mijn hoofd.

De man of vrouw van wie je houdt neem je niet op maandbasis bij je huis. Je kinderen laat je niet, wanneer ze een schaafwond aan de knie hebben opgelopen vervangen door een nog onbeschadigd, vergelijkbaar model.
En hetzelfde principe gaat ook op voor kunst.
Kunst die niet gekocht wordt is als een minnares of minnaar tegen wie je niet volmondig JA! Ik wil je! kunt zeggen. Zij neemt een vage plek in in je leven, je hebt misschien af en toe geweldige sex na afloop waarvan je steeds weer moet concluderen dat er daarnaast eigenlijk geen zinnig woord mee te wisselen is.

Ik hoop dat ik deze woorden niet alleen richt tot de armlastige kunstenaars en hun bezorgde familieleden, maar dat er ook een aantal, het lease-principe aanhangende Groot Kapitalisten in de zaal zijn.
Tot hen zou ik willen zeggen: maak van uw minnares een eerbare vrouw! Wees een vent! Durf te kiezen! Trek uw portemonnee en KOOP die kunst!
Want zoals een samenzijn van mensen dat niet bezegeld is, niet de liefde, maar het gemak dient, zo is de kunst die niet gekocht wordt eigenlijk geen kunst.

Terug naar Engeland, 4 eeuwen geleden.
Wie zou het onze engelse voorouders destijds hebben aangerekend wanneer zij dat bos niet hadden geplant? Die 'investering' niet hadden gedaan? In ieder geval geen mensen die zij bij leven en welzijn nog zouden kennen. Het lijkt mij, met alle respect, vrij onvoorstelbaar dat dat bos werd geplant uit bezorgdheid over een niet voor te stellen nageslacht. Veel eerder vermoed ik dat men het deed uit zelfrespect. In het sterke besef dat zij deze wereld ooit weer eens zouden moeten verlaten gaven zij er de voorkeur aan om met een schoon geweten het licht uit te doen.
"Niets vergeten? Kachel uit? Gas uit? Bos geplant? Kunst gekocht? Okay."
Klik.

Hij die kunst koopt plant een bos.
Hij die kunst leased eet slechts van de vruchten.


Amsterdam, 24 mei 2002


Dick Tuinder, 2002.


back<<<

copyright 2001 dick tuinder / silent woods industries