Het Wereld Archief & Meterkasten


Geachte aanwezigen,

in het voorjaar van 1992 werd de collectie van het Wereld Archief voor het eerst getoond gedurende een korte driedaagse tentoonstelling in de Beurs van Berlage. Voor het eerst konden duizenden bezoekers zich in een monumentale omgeving, geleid door een strakke bureaucratische choreografie, vergapen aan honderden onbenulligheden en aan een stille tafel het verhaal bij die onbenulligheden lezen.

Het Wereld Archief verzamelde en archiveerde voorwerpen die om de een of andere reden een leven lang door de eigenaar werden meegesleept. Een lucifersdoosje, een flessedop, een gemummificeerde rat, een bloedtransfusieapparaat uit Cuba, een zelfgemaakte dildo, een kapotte spijkerbroek enzovoorts. De verschillende voorwerpen werden nauwkeurig gewogen en gemeten en tevens werd het materiaal, het land van herkomst en de verwervingsdatum vastgesteld.

Wat deze voorwerpen bijzonder maakte voor de eigenaar en voor de directie van het Wereld Archief waren de verhalen die aan de voorwerpen vastzaten. Vaak markeerden ze een mijlpaal in het leven van de eigenaar. De ontsnapping uit de woestijn, het begin of einde van de eerste liefde, de overleving van een concentratiekamp, de afsluiting van een roerige periode. Dingen van groot, klein en divers belang.

Uiteindelijk besloeg de collectie 500 voorwerpen die tezamen een soort rebus van de twintigste eeuw vormden. Los de rebus op en je krijgt een unieke sentimentele geschiedenis van Nederland. Gedurende drie dagen stonden er lange rijen voor de vijf loketten van het Wereld Archief. De behoefte aan deze sentimentele ordening van gebeurtenissen bleek enorm.

Gedurende bijna de gehele periode van het bestaan van de menselijke soort heeft deze zich onder andere van de dieren onderscheiden door haar gewoonte om dingen te bewaren. Van de vroegste menssoorten af werden nutteloze voorwerpen bewaard. Nutteloos in die zin dat ze niet direct nodig waren om fysiek te overleven. Er zijn ook dieren die dingen bewaren, maar die vallen juist altijd in die laatste categorie.
De mens bewaart dingen en kan over het algemeen, op enkele ascetische monniken en kluizenaars na, maar moeilijk afstand doen van voorwerpen. Hij of zij die geen waarde hecht aan persoonlijke bezittingen is in onze ogen al snel een zonderling of een heilige. Deze persoon is minder mens. Staat dichter bij de in de meeste culturen nagejaade staat van vergeestelijking dan wij, de gewone stervelingen van vlees en bloed. De mens onderscheid zich van de dieren door middel van twee grootheden: het schrift en het bewaren.
De literatuur die uit die schrift is voortgekomen staat er vol van: ridders die een haarlok koesteren boven al het goud op de wereld. Een foto waaraan, als alles al verloren is, wanhopig wordt vastgehouden. Een medaillion, een stukje stof. Als in Citizen Kane het sleetje met de rozenknop er op, uiteindelijk in de vuurzee ten onder gaat en Orson Welles "Rosebud" fluistert weet je dat het met de persoon Citizen Kane is gedaan. Hoewel zijn paleis vol staat met de grootste kunstschatten uit de wereld, is het verlies van die goedkope kinderslee het onherroepelijke bewijs van zijn ondergang. Al die kunstschatten werden verworven, maar slechts die slee had hij bewaard.

Ik zal er geen geheim van maken dat ook ik niet weet wat precies de drift is achter het bewaren. Ook ik kan slechts gissen en op goed geluk er een theorie aan wagen.
De meest logische theorie lijkt mij dat de mens bewijzen nodig heeft van zijn eigen bestaan. Waarschijnlijk hebben wij die bewijzen nodig omdat de wereld niet-perfect is daar zo'n beetje alle utopische modellen spreken over een bezitloze maatschappij. En ook in de hemel, naar verluidt, wordt de nectar slechts uitgeschonken in glazen van de gaarkeuken. Persoonlijk bezit, en dus de voorwaarde voor het bewaren, is het teken van een inperfecte samenleving. Deze inperfecte samenleving is natuurlijk per definitie een bedreiging voor het individu. Of in ieder geval kan het een bedreiging voor het individu worden. In meer of mindere mate wordt onze aanwezigheid in de samenleving constant getoetst. In dit gezegende land vroeger wellicht iets meer dan hedentendage, maar ik kan me bijvoorbeeld nog vagelijk herinneren dat ik in mijn jeugd zondagse kleren had. Kleren die de hele week bewaard werden om pas op zondag gedragen te worden. Op die manier kon je de toets van de buitenwereld makkelijker doorstaan. Hoorde je er bij. Deze externe bedreiging van het individu heeft natuurlijk zijn neerslag op de interne twijfel van het individu die er los van die externe bedreiging, dankzij het bewustzijn, sowiesos al was. Niet alleen vraagt de samenleving bijna constant aan het individu: "Wie ben jij?" waarschijnlijk even constant vraagt het individu aan zichzelf: "Wie ben ik?"
En hier doet het bewaren volgens deze, nogmaals volstrekt particuliere en niet wetenschappelijke theorie, zijn intrede.
Nu wij allemaal een spiegel hebben kunnen we ons, indien deze existentiele twijfel weer eens toeslaat altijd tot die beminnelijke reflectie wenden. Maar in vroeger tijden toen men nog slechts het rimpelige water had waaruit ook niet veel definiefs viel op te maken, moest men zich richten op bewijzen uit het verleden die bevestigden dat men was die men dacht dat men was.
Want zelden bewaard men zaken die een niet gewenst licht werpen op het beeld dat wij van onszelf hebben. Of die een schaduwzijde van onze persoonlijkheid laten zien. Zo zal het aantal Verzetskruizen dat bewaard is gebleven in ladekasten, op zolders en in lijstjes aan de muur, aanmerkelijk groter zijn dan de stamkaarten van de NSB. Zoals ook liefdesbrieven van bezegelde liefdes gekoesterd worden waar bewijzen van overspel of trouweloosheid al snel vernietigd zullen worden.

De mens heeft dus, naast zijn spiegelbeeld en de reactie op zijn verschijnen van zijn soortgenoten over het algemeen nog een derde attribuut nodig waaraan hij zijn bestaan, voor zichzelf en soms voor intimi, kan toetsen en goedkeuren. De veertien medailles van de wandelvierdaagse komen niet van pas wanneer men de landsgrens wil passeren, maar kunnen een aangenaam, hoewel een beetje onbestemd, licht werpen op uw persoonlijkheid in sociale kring. "Ik heb niet veel gedaan met mijn leven," kan deze man of vrouw zeggen, " maar die veertien medailles neemt niemand me meer af."

Het gaat dus om het bevestigen dat men is, die men denkt dat men is.
De Collectie van het Wereld Archief en dus ook de CDROM van de Bewaarmachine staat vol met dit soort relikwieen, want dat zijn het eigenlijk. Op de manier waarop men aan de kust van India stukjes bot uitdeeld en uitdeelde met het verhaal erbij dat het een stukje onderbeen van de heilige Sebastiaan is, zo worden in de hele wereld lucifersdoosjes, foto's, medailes, stukjes hout, lappen stof, motoronderdelen, schroeven, armbandjes en ander vergankelijke voorwerpen bewaard.

We zullen dit zodadelijk aan de hand van de inhoud van de CD ROM van de Bewaarmachine illustreren met een aantal voorbeelden. Maar eerst wil ik nog een andere vomr van bewaren belichten. Het is wijze van bewaren die misschien de opmaat vormt van het rituele bewaren waar we het zojuist over hadden en dat is het Toevallige Bewaren.

Over de gehele wereld liggen zolders vol met voorwerpen die enkel en alleen bewaard werden omdat ze niet werden weggegooid. Nutteloze of slechts eens in de zoveel jaar nuttige voorwerpen waarover men toch op de een of andere manier niet het besluit durft te vellen om ze uit de Collectie te verwijderen. De gelukkigen onder ons hebben de beschikking over een zolder of een kelder waar zulke voorwerpen worden bewaard, de meeste mensen echter moeten het, zeker in Nederland, stellen met hun meterkast.
Nu wil het toeval dat ik daarover een boekje heb geschreven waaruit ik een paar stukken wil voorlezen. Allereerst het voorwoord.

METERKASTEN
OVER ONEIGENLIJKE KASTEN
EN HUN INHOUD


Inleiding DE BLINDE DARM VAN DE WONINGBOUW


Een meterkast is geen kast, het is een plek. Een plek die soms, op de meters na, ongebruikt wordt gelaten, maar meestal toch een vrijplaats is voor gravitatie- en opberg experimenten, en tevens vaak de laatste haven voor voorwerpen die anders al lang weg zouden zijn gegooid of eindeloos door het huis zouden blijven slingeren.
Waarheen anders met de ski's, de strijkplank, de stofzuiger of de regenlaarzen? De meterkast is de zolder van de gewone man, met dit verschil dat de zolder voor zeer lange tijd onbetreden kan blijven, terwijl de meterkast minstens een maal per jaar geopend wordt in het bijzijn van een autoriteit die de bewoner tevens verplicht de kast ten allen tijde toegankelijk te houden voor zijn inspectie. Het is eigenlijk onduidelijk of de meterkast wel bij de woning hoort.
Is de meterkast van de bewoner of is het in eerste instantie het werkterrein van de meteropnemer? Officieel is het laatste waar en dient de bewoner zijn spullen uit de meterkast te houden. Er geld echter, ook uit praktische overwegingen (hoe immers het te controleren?) een gewoonterecht. Als de meteropnemer maar zonder al te veel moeite bij de meters kan is inrichting van de vrije ruimte toegestaan. Dit neemt echter niet weg dat het massale secundaire gebruik van de meterkasten nog steeds in een sfeer van illegaliteit en burgerlijk anarchisme ligt.
Die anarchie is begrijpelijk.
Immers, in een land als Nederland waar architectuur voor een belangrijk deel een voortdurende oefening is in efficiënt ruimtegebruik is de meterkast een gotspe zonder weerga. Het spot met alles waarvoor efficiency staat. Gemiddeld nemen de gezamenlijke meters plus leidingen ongeveer 20% van de meterkast in beslag. Indien de meters dus zo efficiënt mogelijk op de bodem of bovenin de hoek zouden worden geplaatst blijft er een aantrekkelijke kast over die op een normale manier zou kunnen worden gebruikt. De praktijk is echter dat meters over het algemeen zo geplaatst worden dat van de overige 80% zeer moeilijk begaanbare rest-ruimte wordt gemaakt.
In een gemiddelde flat, waar de vaak krappe woonruimte tot op de centimeter wettelijk is vastgelegd zorgt deze plotselinge zorgeloosheid voor een geweldig ruimtelijk spanningsveld waaraan slechts weinigen weerstand kunnen bieden. Bij gebrek aan zolder, schuur, tuin of kelder is de meterkast voor de meeste huisbewoners de laatste woon-frontier. Een schemergebied van functionaliteit en restruimte. Hier voert de moderne kleinbehuisde zijn meest heroïsche strijd met de ruimte. Hier boekt hij zijn grootste overwinningen, hier lijdt hij zijn pijnlijkste nederlagen. Hier bergt hij op wat nergens anders opgeborgen kan worden. Hier bewaart hij wat hij anders zou hebben weggegooid. Hier speel hij met ruimte. Dit is zijn jungle. De onbepaalde ruimte. Hier toont de mens zijn ziel.

"Die je altijd nodig hebt, als je ze niet hebt."

De vier meterkasten van
Rob Jongbloed en Giny Vos



Rob heeft de beschikking over meerdere meterkasten. Op de overloop tussen zijn woning en die van zijn vriendin Giny Vos staan vier meterkasten. Een voor ieder van hen, een van mijzelf (die ik aan hen heb uitgeleend) en een van onze gezamenlijke bovenbuurman Berd.
In zijn eigen meterkast bewaart Rob een paar Langlaufski's die hij ooit op koninginnedag heeft gekocht voor tien gulden. Verder bestaat de inhoud van kast uit een paar werkschoenen en bijpassende werkkleding, een emmertje met nog een bodempje witte latex ("Zonde om weg te gooien", zegt Rob), een tijdschakelaar voor als ze op vakantie gaan, een onduidelijke verzameling van restjes elektriciteitskabel, een transistorradio die tijdens het klussen wordt gebruikt, een spin (voor op de bagagedrager van de fiets) een rugzak, en een aantal plastic zakken met onduidelijke inhoud.
Verder staat er in de kast een stuk schuimrubber ("Dat je altijd nodig hebt, als je het niet hebt"), een fietspomp en een pioniersschep.

In de tweede kast, van onze gezamenlijke bovenbuurman Berd, is met overleg een plankje aangebracht waarop een verzameling videobanden staat. De kast is verder leeg gelaten en de gas- en elektriciteitsmeter staren ons aan vanuit een onwerkelijke leegte.

De derde kast, mijn kast die ik aan hen heb uitgeleend, is een toonbeeld van het ridiculiseren van de zwaartekracht waaraan we de betere meterkast kunnen herkennen.
Een abstracte compositie van dozen, planken en stukken karton.
Sommige voorwerpen, zoals bijvoorbeeld de doos van de computer, lijken te zweven in de ruimte.
"Wat steunt nou op wat?" vraag ik aan Rob.
Nadat zijn blik van boven naar beneden is gegaan concludeert Rob dat alles uiteindelijk steunt op de gasleiding. Naast de dozen, het karton en een stok voor onduidelijk gebruik wordt deze meterkast eer aan gedaan door de onvermijdelijke zwabber die achter een aantal oude planken staat. De doos van de computer is slechts voor de helft zichtbaar wat zogenaamde "dode ruimte" bovenin de kast verraadt. Als ik Rob vraag om voor de grap te proberen de computerdoos uit de kast te halen slaagt hij daar niet direct in. Om de doos er uit te halen moeten eerst de kastplanken er uit, en om de kastplanken er uit te halen eerst het stuk karton en om het karton er uit te kunnen halen eerst de doos met foto's, enz.

Als kast vier wordt geopend valt er onmiddellijk een tas uit. Kast vier is sowieso een specifieke tassen-kast. De enige andere voorwerpen zijn een sticker van SABENA die op de achtermuur is geplakt en nogmaals een aantal oude kastplanken met steunen er aan geschroefd. Op de deur hangen een aantal jassen. "Buitenseizoen-jassen", zegt Rob. "Twee keer per jaar worden de jassen verwisseld. Nu hangen er de zomer- en herfstjassen." Ook in kast vier wordt de dode bovenruimte gebruikt. Rob heeft aan beide zijden van de kast een lint bevestigd waarin een vertrekklare rugzak met slaapmat hangt. Eén ruk aan het lint, de rugzak valt naar beneden en dan is het vakantie!

"Koekjes Fijnbraken"



"Er staat niets bijzonders in mijn meterkast, hoor," zegt Nathalie terwijl ze voor me uit loopt naar de keuken. Daar haalt ze een bijzet- tafeltje voor een deur weg en opent de meterkast.
"Zie maar," zegt ze, en ze loopt weer de keuken uit richting de voorkamer. Maar ik ben sneller. Versper haar de weg en leg uit dat het de bedoeling is dat we samen de inhoud van de kast gaan bekijken en er verhalen bij vertellen. "Maar er valt helemaal niets over die kast te vertellen!" stribbelt Nathalie tegen, "Het is gewoon een vieze kast. Er liggen alleen maar spullen die de vorige bewoner heeft laten liggen."
"Wat voor spullen?" vraag ik zo leep mogelijk terwijl ik ongemerkt de camera aanzet.
"Nou gewoon," zegt Nathalie, "een tuinslang, een paar plastic tassen, een... hé? Wat is dit?"
Ze laat een hard lederen kokertje in haar hand draaien. Er zit een deksel op dat open kan. Helaas zit er geen lens voor een fotocamera in, maar daar wordt het normaal wel voor gebruikt. Terwijl ze vervolgens een oude bol-lamp van de bodem van de kast opvist legt ze uit dat ze de kast vroeger wel gebruikte, toen ze het huis nog deelde met haar vriendin Nicola. Sinds die tijd wordt de kast zelden geopend en alleen nog maar gebruikt voor dingen die ze niet meer nodig heeft. Zegt ze. Maar dan valt mijn oog op een doorzichtig plastic emmertje met hengsel waarin een, schat ik, twintig-delig bestek staat.
"En dat dan?"
"Nee, dat is van een feestje van een paar weken geleden. Moet nog steeds door iemand worden opgehaald."
En terwijl mijn gedachten afdwalen naar die wonderlijke figuur die zijn ganse bestekgoed in de meterkast van Nathalie heeft staan en vermoedelijk al een paar weken met zijn vingers eet, vindt Nathalie een plastieken reis-serviesje, een paar kartonnen dozen waar kartonnen dozen in zitten, haar oude beddesprei en: "Héé!...O ja! Een oude schoolklok, die moest ik altijd nog maken. Moet je zien! Hij is gewoon nog helemaal goed!"
Nathalie is blij verrast. En het feest is nog niet voorbij.
"Die is niet van mij," zegt ze terwijl ze een stoffig electrisch rechaud uit de kast haalt.
Ze bekijkt het apparaat van verschillende kanten en vertelt dat het fijn zou zijn als-ie het nog zou doen, want dan zou ze hem kunnen gebruiken als warmhoudplaat voor de kaasfondue. Want ze houdt namelijk van kaasfondue en is al een tijdje op zoek naar zo'n fonduesetje met een spiritusbrander, maar die zijn dus nergens meer te krijgen.
Het rechaud wordt naast de te repareren schoolklok op het bijzettafeltje gezet. En nog is de kast niet helemaal doorzocht. Ik wijs op de twee strijkbouten die op de tweede plank van boven staan terwijl Nathalie nog meer fotospullen vindt. Een dokaklok en een lichtmeter, een projectorlamp en een ontwikkelspoeltje. "Jezus!" mompel ik verrast,"wat komt hier allemaal naar boven? Straks vinden we nog naaktfoto's van ZKH prins Bernard samen met een groepje Hongaarse padvinders!"
(Dit mag misschien een rare gedachte zijn, maar op een of andere manier geeft de lokatie van Nathalie's huis (tegenover het Allard Pierson Museum, in een statig pand) grond aan deze gedachte. Helemaal sinds ze vertelt heeft dat de Chinese tandarts die beneden haar praktijk houdt, ooit eens opgepakt werd door de politie op verdenking van spionage voor de Russen, maar bij gebrek aan bewijs weer op vrije voeten werd gesteld en nu nog steeds de holle kiezen van het ambassadepersoneel opvult met microfilms. Niets lijkt onmogelijk in dit huis!) Maar voordat we de compromitterende foto's, die haar een fortuin gaan opleveren, vinden valt er eerst een handgeschreven briefje uit de kast. We staan allebei verstijft van schrik.
"Een handgeschreven opdracht van de Rus aan de tandarts?" denken wij. En misschien is het dat ook wel, maar kunnen wij het niet ontcijferen en herkennen we er alleen maar een recept voor mon-chou taart in. Voor alle zekerheid zet ik het briefje op de film. Dan valt mijn oog op een merkwaardig kookvoorschrift: "Koekjes fijnbraken" lees ik.
Nathalie buigt zich er ook over.
Nadat ze er een tijdje naar heeft gekeken besluit zij dat er "koekjes fijnmaken" staat.
Ik ben er niet helemaal gerust op en denk aan cyankalipillen die spionnen altijd bij zich hebben voor het geval dat, en waarvan je, naar verluidt, ook altijd moet braken.
Nathalie duikt weer in de kast en haalt een kartonnen Art-Unlimited koker tevoorschijn. Erin opgerold lijken papieren te zitten. De koninklijke naaktfoto's?!

Helaas.
Het blijken krijttekeningen op slordig afgescheurd behangpapier te zijn van populaire Disneyfiguren. Raadselachtig blijft of de tekeningen ooit op de muur van een kinderkamer zijn getekend en er destijds (na het overlijden van de kleine schat?) zijn afgescheurd, of dat de tekeningen nooit aan de muur hebben gehangen maar bewust op de restjes zijn getekend.
Hoewel de tekeningen niet van oorspronkelijkheid getuigen vind ik toch dat ze een krachtige lijnvoering hebben. Nathalie vindt dat ik klets, en bovendien dat het zo wel mooi genoeg is geweest en sluit de meterkast.
De gehele meterkast? Nee, want verderop in de gang hangt nog een kast aan de muur waarin de electriciteitsmeter verborgen gaat. Toch nog even een plaatje van schieten omdat Nathalie er toevallig een rolletje verse tochtstrip vindt waarmee ze onmiddellijk het oude vermoste spul dat al jaren met de tocht heult in plaats van haar tegen te houden, gaat vervangen.

TIPS

Deze tips zijn algemeen. Het zijn geen absolute regels. Bekijk uw persoonlijke situatie en pas deze tips eventueel op die situatie aan. Wees creatief!

1. Bepaal, alvorens u iets weggooit of u het wellicht in de toekomst nog nodig zou kunnen hebben. Iets dat nu misschien zinloos lijkt komt u op een later tijdstip wellicht weer van pas. Bijvoorbeeld stukken touw of electriciteitsdraad van 2,5 tot 7,5 meter, een plaatje rubber waaruit (in het midden) een cirkel is gesneden, oude kartonnen dozen van bijv. Hi-fi apparatuur, laarzen die u niet meer passen (leuk voor balkonplanten!) of waar een lek in zit, kromme haringen van de tent enz.

2. Begin altijd van onderaf en achteruit de kast te stapelen. Stapel bij voorkeur zo dat u bij de jaarlijkse controle alleen zicht kunt krijgen op de meters indien u de gehele meterkast ontruimt. Op deze wijze vindt u eerder uw spullen terug en wordt het bezoek van de meteropnemer een jaarlijks terugkerend avontuur.

3. Probeer het uitruimen van de kast te beperken (zie: 2). Op deze wijze voorkomt u dat de verrassing een sleur wordt en u toch nog dingen gaat weggooien die u vijf jaar later nodig zult blijken te hebben of die leuk zijn om gevonden te worden door de nieuwe bewoners.

4. Forceer niets. Probeer niet leuk te doen door bijvoorbeeld opzettelijk een grasmaaier in uw meterkast te plaatsen terwijl op in een flat woont. De verrassing is er dan al snel af en wat gestuurd toeval had kunnen zijn wordt dan al snel een flauwe grap. Geef de meterkast de tijd om zich in stilte te kunnen ontwikkelen.

5. Onthoudt: een goede meterkast is een vriend bij wie u zelden op bezoek komt. Loop de deur bij hem niet plat!

6. "Ik heb geen meterkast, wat nu?"

In sommige oudere huizen kan het voorkomen dat de meters los in de hal, slaapkamer of keuken (nooit in de douche!) hangen. Bent u een handige doe-het-zelver dan bouwt u om uw meters heen een nieuwe kast, geheel naar uw eigen inzicht. Maar, pas op! Maak uw meterkast niet te klein. Ook hier gaat op: Verkeerde zuinigheid geeft spijt. Bent u handig, ga dan door naar b).
Hebt u twee linkerhanden dan hebt u misschien toch nog een bestaand kastje (bijvoorbeeld een standaard keukenkastje) dat u niet meer gebruikt en dat nu handig van pas komt. Neem nauwkeurig de vorm van de gas- en/of elektrameter op en zaag die uit de achterzijde van de kast. Schuif deze kast vervolgens over de meters heen tegen de muur en bevestig haar met een paar stevige spijkers of schroeven. Eventueel kunt u ook nog montagekit gebruiken. Houdt er rekening mee dat u uw meterkast wilt gebruiken om er spullen in op te bergen. Zorg dus voor een goede en stevige constructie.

b) Hoe maak ik mijn eigen meterkast? Schroef twee balkjes A op de muur. Schroef de platen B er tegen aan. Bevestig de balkjes C reeds aan de platen B (houdt rekening met binnenmaten!). Schroef eventueel de onderste balkjes C ook nog vast in de vloer. Leg dekplaat D bovenop de platen B en schroef D vast aan de bovenste balkjes C. Bevestig nu plaat E aan een van de platen B met behulp van scharnieren. Let op! De hoogte van E is de hoogte van D en de breedte van E is de breedte van D (eventueel exclusief de houtdikte)!
Indien u problemen hebt met de scharnieren kunt u in bepaalde gevallen ook volstaan met een eenvoudig gordijn of, afhankelijk van uw interieur een rolgordijn zoals u die bijvoorbeeld bij de HEMA kan kopen. Realiseert u zich wel dat deze twee laatste opties uw stapel- en opslagmogelijkheden ernstig beperken omdat u niet de beschikking heeft over een "vierde wand".

Terug nu naar de CDROM de Bewaarmachine. Ik haal in herinnering dat aan de wieg van de Bewaarmachine het Wereld Archief stond, een driedaagse tentoonstelling die, terwijl de laatste groepen nog stonden te dringen voor de toegang, op zondagavond 8 maart 1992 haar deuren moest sluiten.

Jarenlang gebeurde er niets en ging de volledige collectie van het Wereld Archief steeds meer lijken op de individuele voorwerpen waaruit die collectie was opgebouwd. Een zinloos voorwerp dat gekoesterd wordt omdat er een verhaal aan vast zit.

Daarom ook dat het ons vanuit onze ideologie enorm verheugd dat een deel van de verzameling nu wederom toegankelijk is geworden voor het grote publiek. En misschien nog wel belangrijker is het feit dat met deze CD ROM het startsein wordt gegeven tot de revitalisering van het Archief maar nu in de virtuele ruimte. Grootser en toegankelijker dan ooit zullen bezoekers en contribuanten zich toegang kunnen verschaffen en hun bijdrage leveren aan de collectie van het Wereld Archief. Over de landgrenzen heen dit keer. Het eind zal nooit in zicht zijn, en in tijden waarin de Wetten van de Chaos de theses van de logische ordening lijken te logenstraffen, zal er ook voor de Sentimentele geschiedenis van het Wereld Archief of, zoals hij nu heet, de bewaarmachine, zeker een plaats zijn naast de academische geschiedschrijving.

Het is mij daarom een groot genoegen om het woord en de muis te geven aan bla bla enz,

Dick Tuinder, 1998.


back<<<

copyright 2001 dick tuinder / silent woods industries