Memo: 241205/01
VAN PUBER EN PROFEET
OVER MEL GIBSONS MARTELTRIATHLON
Nat. Instituut der Bijgedachten
Aan de voorzitter.
Van de werkgroep Levensbeschouwing
memo: 241205/01
Geachte Voorzitter,
Het is weliswaar nog lang geen Pasen, maar wel Kerst en dus toch: op voorspraak van notuliste Jackie J. vander Snaak, keken wij naar Mel Gibsons' The Passion of Christ'.
Gibson, die ooit een voortreffelijke Hamlet neerzette in de verfilming van Zeferelli (1990), had er misschien beter aan gedaan zelf de rol van Jezus te spelen. En dan op de wijze zoals een anonieme recencent op imdb.com zijn Hamlet omschrijft:
Gibson doesn't allow the madness to overcome him. He is passionate, powerful and the epitome of the son who has gone through hell over his father's death and incestuous marriage of his mother.
Wat zou er gebeurd zijn met deze film wanneer hij dit tussen puber en profeet zwalkende personage op de historische figuur van de zoon van God had losgelaten?
Maar Gibson, ook als regisseur voortdurend shapeshiftend tussen die twee zozeer verbonden, maar ook tegengestelde karakters, en ongetwijfeld geinspireerd door het zogenaamde reality spook dat door de nieuwe media waard, kiest voor een andere benadering; hij laat Josua Armeens spreken, en filmt de kruisgang van de Zoon alsof het de Moeder aller Endurance wedstrijden is. Een Triatlon met de onderdelen Marteling, Kruisdragen en Kruishangen.
De film volgt - voor wie het ontgaan mag zijn - de laatste 12 uur uit het leven van Jezus, ingekleurd met een aantal, soms nogal apocrieve, flashbacks.
Twijfelend tussen Cinema Veritˇ en het soort religieuze pornografie die ook onder internettende moslimfanatici dezer dagen zeer populair is, doet Gibson zijn uiterste best om de toeschouwer het fysieke lijden van de Godenzoon te laten voelen.
Door zuipende scheldende en als Romeinse legionairs vermomde Engels Hooligans, wordt Jezus ruim de helft van de twee uur durende film afgerost tot de vellen er bij hangen.
Wij vragen ons af waarom. Hoewel; wij weten wel waarom, maar werden er niet door geraakt.
Meest verbaasde ons nog een van de flashbacks, waarin Jezus, in zijn jongere jaren, als uitvinder en visionair meubelontwerper wordt neergezet.
De situatie is treffend alledaags. Jezus is op de binnenplaats aan het timmeren als zijn moeder hem roept dat het eten klaar is.
Jezus: "Ja, straks, ik ben bijna klaar."
Maria: "Nee, straks is het eten koud. Nu!"
Jezus: "Maar moeder!"
Maria loopt de binnenplaats op en ziet net als wij, hoe Jezus de laatste hand legt aan een hoge vierpotige tafel.
Maria, zeer verbaasd: "Wat is dat?"
Jezus, triomfantelijk: "Een tafel!"
Maria: "Een tafel? En hoe moet je daar aan zitten dan?"
Jezus gaat half door zijn knie‘n, op een denkbeeldig stoel, aan tafel zitten. Hij legt uit dat hij die bij de tafel passende stoelen nog moet maken.
Maria schudt haar hoofd, bezorgd maar toch ook trots op haar maffe zoon: "Jij ook altijd met je idee‘n! Denk je echt dat de mensen zoiets willen hebben?"
Jezus omhelst haar en zegt lachend: "Echt, geloof me, dit wordt het ding van de toekomst!"
En dan lopen ze knuffelend naar binnen.
Het moge duidelijk zijn dat, mocht de profetie om de een of andere reden niet zijn uitgekomen, wij Jezus dezer dagen ongetwijfeld nog hadden gekend als de uitvinder van de vierpersoons keukentafel. Een wapenfeit, zo lijkt Gibson ons te willen zeggen, dat door de latere gebeurtenissen weliswaar een beetje is ondergesneeuwd, maar waarvan we desalniettemin moeten zeggen: "Ook dat is volbracht."
Gevreesd moet echter ook worden dat Gibson ons met die keukentafel een metafoor heeft willen geven voor het onvermijdelijke en wereldomspannende succes van het Christendom. Want ja, een keukentafel heeft vroeg of laat iedereen nodig.
Aan het eind van de film op Golgotha aangekomen voegt Maria zich met klein vervolg en wapperende gewaden tussen de dobbelende soldaten aan de voet van het kruis. Ze kijkt op met het gezicht van een oorlogsmoeder, proefend van de bittere troost dat de burenruzie nu dan eindelijk mythologie kan gaan worden. Dat het lijden op Aarde - althans binnen haar eigen familie - voorbij is. Haar tranen komen uit een dorre bron, en misschien zijn het wel haar laatste tranen in deze wereld. En als ze opkijkt naar haar zoon die nog wel in leven maar feitelijk al aan gene zijde is, zie je haar denken: "Als ik destijds - toen-ie met dat zotte idee van de hoge keukentafel kwam - als ik toen nou eens niet alles met die mantel der liefde had bedekt, maar gewoon had gezegd 'en nou is het uit met al de fratsen!' zou alles dan misschien anders zijn gelopen?"
Zoals de voorzitter placht te zeggen: "Saaie film, maar rijk aan bijgedachten."

'Jezus aan het kruis' door Parker G. Tuinder.

Nog een komeet.
|
Memo: 221205/01
MENS & EMOTIE(MOMENTEN)
Nat. Instituut der Bijgedachten
Aan de voorzitter.
Van de werkgroep Mens & Emotie
memo: 211205/01
Voorzitter,
Overmand door allerlei gevoelens wilden wij het dit keer graag laten bij een aantal visuele indrukken.
Wij hopen op uw begrip.
Met verwarde groeten,
Werkgroep M&E



Meer over Emotiemomenten
Meer over Moderne Fysica
Memo: 211205/01
LEVENSTEKEN UIT DREMPELLAND
Nat. Instituut der Bijgedachten
Aan de voorzitter.
Van de werkgroep Kunst en Massa
memo: 211205/01
Voorzitter,
Met door het eerste bericht van de Minister van Kunst & Dood gescherpte oren vangen wij berichten op.
Berichten dat musea ten lande laagdrempeliger moeten worden. Het is daarnaast onze indruk dat men over de 'gehele maatschapplijke linie' stiekum droomt van drempelloze horizonten.
In de binnenhuisarchitectuur dienen drempels om de tocht tegen te houden, om afscheiding en indeling aan het huis te geven en om deuren beter te laten sluiten.
Dit nu precies is wat eventuele beschouwelijke drempels voor een museum of bijvoorbeeld een wetenschappelijke opleiding doen. Zij houden tocht tegen. Tocht die net als de luchtverplaatsingen in uw huis zelden veel kracht hebben, maar door hun aanhoudendheid toch iedereen ziek kunnen maken.
En de vraag is nog steeds: waarom? Waarom moeten steeds meer mensen naar het museum, terwijl ze daar steeds minder kunnen halen van wat het museum eens was?
Afgelopen week nog zagen wij in Teylers museum een bezoekster die met gesloten ogen, enkele minuten lang het zicht op een tekening van Michelangelo ontnam terwijl zij naar de uitleg van de audiotour luisterde.
Waarom moet dit gedrag worden gestimuleerd? Waarom is dit goed voor deze mevrouw?
Niemand die daarop een sluitend antwoord kan geven. En toch zien de Drempelverlagers daar liever 100 dan 1 van diezelfde vrouwen staan.
Want kunst - dat weet iedereen - is goed voor de mensen. Het is zoiets als vitaminen voor de zintuigen. Je kan er eigenlijk nooit te veel van nemen. Alles wat je lichaam niet nodig heeft pis je later gewoon weer uit. In een rapport van de PvdA lazen wij vorige maand zelfs de visie dat kunst kan en moet 'bridgen en bonden'.

Voorzitter, het zijn dit soort domheden die ons dwingen om, door tegenspraak, een positie in te nemen die wij liever hadden vermeden. Omdat het een belediging aan de ziel en ware aard van de kunst is haar als een soort sociale wonderlijm te zien.
En daarom zullen wij even kort door de bocht gaan als de denkers van de PvdA.
Kort en bondig komt het hier op neer dat wij in de algemene maatschappelijke conceptie die notie moeten implanteren dat kunst geen zegen, maar juist een ziekte is.
Denken wij aan kunst, voorzitter, dan zien we depressies, drankzucht, razernij, zelfmoord, echtbreuk, isoleercellen, hoogmoed, eenzaamheid, miskenning, armoede, geslachtsziektes en een met ganzeveer geschreven lijst met overige aandoeningen die wij u, voor de bondigheid en dragelijkheid van deze tekst, maar liever zullen besparen.
Het is een mooi beroep zegt men, maar wanneer we naar de feiten kijken dan moeten we concluderen dat het ook een zeer gevaarlijk beroep is.
De gemiddelde levensverwachting van dichters bijvoorbeeld is lager dan die van diepzeeduikers. En dat is laag.
zie hier
Had het een anderssoortige, niet artistieke beroepsgroep betroffen dan hadden niet wij, maar dan had Prof. Dr. Ing. Mr. Pieter van Vollenhoven hier vermoedelijk gestaan. En hij zou welzeker de regering hebben gemaand een onderzoek te gelasten naar deze 'onrustbarend hoge' sterftecijfers, en in de kranten zouden koppen staan als "Geheimzinnige ziekte treft bouwwereld".
Kunst is een ziekte. Noem het verhevigde verinnelijking. Noem het zintuigstress. Maar noem het niet naar zijn toevallig bijprodukt, een genoegelijk avondje uit. Noem het naar de oorzaak, de ziekte.
En wanneer dan na lang parlementair onderzoek wordt vastgesteld dat de beroepsgroep van de Dichters een weliswaar gevaarlijke maar - net als die van de diepzeeduikers - noodzakelijke is, dan zou een verantwoordelijke regering de vorm en inhoud van haar kunstbeleid op die notie dienen te baseren.
Dus niet willekeurig iedereen die een pen kan vasthouden stimuleren om zichzelf te uiten in kralenkettingen van clich_'s, maar juist een actief ontmoedigingsbeleid te voeren. En te waarschuwen tegen de mogelijke gevolgen voor de aspirant dichter en zijn directe omgeving. Alsdan een jongen of een meisje, ondanks de vaak afschrikwekkende maar altijd op feiten gebaseerde waarschuwingen, toch besluit om haar bijdrage aan de maatschappij te leveren - de risico's kennende - en kunstenaar te worden, dan dient zo'n stoutmoedig individu oprecht geeerd te worden.
Maar zoals gezegd, als niet de domheid ons er toe had gedwongen hadden wij u dit alles liever niet verteld.

PODCAST DES LEVENS
Tenslotte, voorzitter, doet de schreeuw om laagdrempeligheid vermoeden dat er een ernstig tekort is aan recreatie faciliteiten voor de weinig denkenden. En dat is merkwaardig omdat deze schreeuw eigenlijk bijna nergens in het land wordt tegengehouden door een inhoudelijk obstakel van formaat. Gans het land is feitelijk al drempelloos. Wij hebben toch al de Efteling en Carre en de Ikea? Waarom moet daar nog meer drempeloos genoegen aan toegevoegd worden?
Wij zien, meegesleept door onze verbeelding, een toekomst waarin het pas geboren kind nog voor hij goed en wel kan spreken een IPOD in zijn oren krijgt geplugd zodat hij aan de hand van een Audiotour des levens, zonder verbazing en verwondering, veilig en met gesloten ogen door het leven kan.
Wij stellen daarom voor om de drempelverlaging niet tegen te houden, maar juist te stimuleren. En wel in zo'n mate dat er venijnige valkuilen zullen ontstaan.
Dezelfde kuilen die de voorzitter al eens zag op de Narainstraat in Paramaribo. Diepe en door zon en regen verhardde poelen vervulden er, zonder enig onderhoud en bijkomende kosten, exact dezelfde functie als de kostbare en steeds weer verzakkende en onderhoud vergende verkeersdrempels in Nederlandse woonwijken.
(wordt vervolgd)
|
Memo: 201205/01
In De Bijgedachte Graast De Geest
Nat. Instituut der Bijgedachten
Memo: 201205/01
Verslag van de 50-ste bijeenkomst van de
Rayonhoofden van het Instituut der Bijgedachten,
jaargang 2005.
Aan de voorzitter.
Het loopt tegen kerst, de Eurotop wordt algemeen omschreven als 'geslaagd' en er borrelt van allerlei vaags en ontevredens in brede lagen van de maatschappij - maar het explosiegevaar wordt tot op heden beperkt door een nogal ongeinspireerde moedheid van de eigen woede. Men is gewend dat het nieuws zich snel ververst. Elke week een nieuwe ramp. Een nieuw, alle huiselijkheid verwoestend, perspectief.
"Hoe in dit medialandschap zijn eigen woede langer dan een week of twee vers te houden?" verzucht de klankboordgroep Burgerlijke Onvrede tijdens het wekelijks overleg.
Daar komt volgens de Scheikundige Afdeling nog eens bij dat de aard van de explosieve stof uiterst moeilijk te determineren is.
"Het lijkt inderdaad wel," vult het plaatvervangend lid Mens & Mind terzake aan, "of het niet om het explosieve materiaal zelf, maar om het ontstekingsmechanisme daarachter gaat. Daar zit de kern van de woede. En dat is..." zij laat een stilte vallen en kijkt de ovalen tafel rond, "... en dat is helaas, moeten wij constateren, een existentiele woede."
(Instemmend gemompel.)
De voorzitter dooft het gemompel met een kuch en spreekt vervolgens met zachte stem, terwijl een glimlach alle woorden streelt: "Dit alles mag ons natuurlijk niet vrolijk stemmen. Maar toch. Ook het afgelopen jaar heeft weer bewezen dat dit goede tijden zijn voor de Bijdenkerij. Er is, zeg ik nog maar eens, geen hoop, enkel verwachting. En voor wie het zich veroorloven kan is er het Nu. Verder is er niets. Behalve de bijgedachte. Die de troost is van de mensen en die zich nimmer, zoals de Hoofdgedachte, tegen haar denker zelf zal keren. In de bijgedachte graast de geest. In de hoofdgedachte regeert zij over haar eigen lot."
Dan staat de voorzitter op en loopt naar het raam waar plotseling, door bijna tot op de grond doorzakkende donkergrijze wolken, een felle winterzon doorbreekt.
Buiten beweegt niets of het lijkt heel ver weg.
Iemand zet een plaat op. Het is Menuhin die in ruizige tonen een oer-uitvoering geeft aan Bartoks vioolsonates. Op hun tenen lopen de jongens van de Props & Requisieten door de lange zaal naar de grote achtermuur. Tussen hen in dragen zij iets dat lijkt op een opgerold spandoek.
Zonder enig blijk te geven van betrokkenheid met de geschrevene hangen zij het spandoek op. Twintig meter breed en 5 meter hoog. Het teerste bijna-donkerbruin, met daarop in witte letter: Kunst & Dood.
Blikken glijden van de tekst naar de rug van de voorzitter die nog steeds aan het venster staat en die heel even twijfelt aan zijn eigen postie. Dan herneemt hij zich en zegt: "Vrienden: zie hier onze eigenlijke missie."
Alle blikken nagelen zich vast aan de twee woorden op het spandoek. Men voelt het gewicht van een eindbestemming, als een ijle kustlijn die na maanden varen op open zee...
De voorzitter knikt zwijgend naar de notuliste die het grote boek plechtig sluit.
"Morgen praten we verder," zegt ze.
Dan begint het hard te hagelen.
(wordt vervolgd)
Toespraak van de Minister van Kunst & Dood
|
|