De eerste letter uit dit ABCultuur wordt bijna zonder tegenstand gedomineerd door het begrip avantgarde. Exponent van de twintigste-eeuwse vooruitgangsgedachte die in gelijke mate de politiek en in niet minder belangrijke mate de werkelijkheidsbeschouwing van de gemiddelde westerse mens heeft gekleurd.
Maar hoewel we als vanzelfsprekend over 'de avantgarde' praten weten we eigenlijk niet waar we het over hebben. Er heeft geen oprichtingsvergadering van de avantgardistische beweging plaatsgevonden. Die beweging, in nauw juridisch verband, is er nooit geweest. Aan het avantgardisme ligt geen manifest ten grondslag. Geen uitgewerkte gedachte. Geen filosofisch systeem. Het avantgardisme was een algemeen gevoel. Het verlangen, de drang, om ergens anders te zijn.
De avantgardist kende in de negentiende eeuw een voorloper in de verschijning van de bohemien. De anti-burgerlijke, non-conformistische kritikaster van zijn wereld. Maar anders dan de bohemien zette de avantgardist zich niet af tegen zijn omgeving, maar tegen zijn tijd. Hij wilde niet zozeer ergens anders zijn, alswel in een andere tijd. Later. De toekomst.
Een verlangen dat door de mechanisering van produktieprocessen en noviteiten als directe communicatie over lange afstanden, werd gevoed.
Na millennea van trage wederkeer der dingen, geografisch opesloten in de beperkte levensduur van een mens en de snelheid van een paard, was de mens plotseling heerser over een dynamische, steeds kleinere wereld.
Een wereld die, tot in alle uithoeken gecartografeerd, al spoedig geen andere new frontiers meer kende dan het ijle weefsel van de toekomstige tijd. Tijdreizigers, idealisten, utopisten, kunstenaars en herrieschoppers gaan er naar op zoek. De toekomst. Een eiland van idealistische of esthetische verbeelding. Door een verrekijker waargenomen. "Tijd! Tijd in zicht!"
De science-fiction als genre vind een voedingsbodem. Toekomstige werelden en utopiën worden niet meer, zoals bij Thomas More, aangetroffen op een verdwaald eiland in een vergeten zee, maar ergens op die andere zee, in de toekomstige tijd.
Dit avantgardistische verlangen de toekomst te koloniseren, zich uit het heden vooruit te haasten, is een kenmerk van vele twintigste eeuwse kunststromingen. Hoewel hun doelstellingen misschien verschilden wisten zij zich verenigd in een gemeenschappelijke tegenstander: het heden. Geen enkel kunstwerk heeft die gemeenschappelijke psyche zo treffend uitgebeeld als het zwarte vierkant van Malevitsj. Tegelijk is het een van de meest ontroerende kunstwerken uit de geschiedenis van de mensheid. Op vergelijkbare hoogte met de Borobodur of de guitarsolo van Django Reinhardt in zijn opname van Minor Blues uit 1947.
Het kleine schilderij is een grenssteen. Een markeringspunt. Het is gedenksteen voor de oude- en een startpunt voor de nieuwe tijd. Een tijd waarin het verhalende beeld niet meer nodig zou zijn. Waarin emotionele en religieuze communicatie nog uitsluitend zou geschieden met behulp van geometrische gaten in de ruimte. In onze door het profijtbeginsel aangejaagde tijd herkent men in Malevitsj' extreme abstractie misschien een statement. Een positiebepaling. Een strategisch vertrekpunt voor een goede campagne.
Maar integendeel waren Malevitsj' bedoelingen opstandig en mysthiek religieus. Niet zonder reden wordt er in verband met Malevitsj vaak verwezen naar de russische ikoonschildertraditie. Statische heiligenbeelden die gaten in de tijd en ruimte slaan. A-dynamische boeien in een roerige en onzekere wereld. Het zwarte vierkant werd in 1913 (sommige bronnen spreken van 1915) geschilderd. De zeggingskracht van het klassieke ikoon was verbleekt. De heiligen die er op afgebeeld stonden werden meer en meer vreemde bezoekers uit een andere tijd. Deze tijd, de nieuwe tijd, was er niet een van mannen, maar van ideeën. En het gedroomde ikoon van die gezichtsloze idee wees de weg naar totale abstractie. Suprematisme. Beeld boven beeld. Het Überbeeld.
Om enig begrip te krijgen voor de gedragingen van onze voorouders is het belangrijk te realiseren hoe zwaar het religieuze aspect woog in hun toekomstbeeld. Een mysthiek besef van eenwording van de wereld met behulp van nieuwe communicatietechnieken. Het aanbreken van een nieuwe tijd. De ineenstorting, eindelijk, eindelijk, van oude trage systemen. Keizers en tsaren, groot geworden in majestueuze traagheid waren niet bij machte leiding te geven aan een steeds snellere wereld.
Begeesterd door het religieuze besef tot de uitverkorenen te behoren die als eersten de Nieuwe Mens in volle glorie zouden zien opgroeien, werd het een stuk gemakkelijker mee te werken aan massale broedermoord.
De grondgedachte van het avantgardisme, het verlangen naar een andere tijd, een nieuwe wereld met vierkante secondes, is dus zeker niet alleen te herleiden tot de kunst, maar kan ook herkent worden in het facisme en communisme. In het boekje 'Lenin DADA' voert de Dominique Noguez, prof in de esthetica van de literatuur en de film, de theorie op dat Lenin een dadaist was. Hij beweert bewijzen te hebben dat Lenin zijn medewerking heeft verleend aan de oprichting en programmering van Cabaret Voltaire aan de Spiegelgasse in Zurich, in welke steeg Lenin zelf ook woonde. De stichting van de Sovjet-Unie zou zijn Dadaistische meesterwerk zijn.
Bewuste actie of niet, die Unie en andere radicale staatssystemen uit die tijd droegen weldegelijk het oormerk van het avantgardisme.
In onze tijd heeft het begrip avantgarde haar messianistische klank verloren. Er is misschien op sommige vlakken nog sprake van een technische avantgarde, maar die wordt nauwelijks nog gemotiveerd door een idealistisch of spiritueel toekomstbeeld. Cyberspace en virtual reality zijn de heilstaten van het derde millenium. Een perfecte, geconstrueerde samenleving. De constructie van deze betere wereld lijkt echter eerder gemotiveerd door technische mogelijkheden dan door maatschappelijke idealen. Na het veroveren van de ruimte door de 15-de eeuwse ontdekkingsreizigers, de verovering van de tijd door de idealisten en na het falen van die nieuwe sociale constructie, staan we aan de vooravond van de laatste grote veldtocht tegen de werkelijkheid: de verovering van onze eigen geest.
31.04.03
KAZIMIR MALEVICH?S BLACK SQUARE ON WHITE SOLD
After Inkombank was declared bankrupt in 2000, active preparations started for selling its properties, including cultural values. The collection numbered about 1,000 works of art, among which there were canvases of West-European masters of 17th-19th centuries, works of Russian masters of 19th and 20th centuries (the central place belongs to Avante-Guard founders? works). The works were picked up in artists? studios, in private collections, in galleries, at fairs. In 1993-1994, three works of Malevich were bought: Black Square, Self-portrait and Portrait of the Wife.
Though, the most worthy thing in the Inkombank?s collection is namely the Black Square. This was why the fate of national property was so important both for Creditors? Committee of the bank and for Russian Ministry of Culture. The famous canvas must certainly remain in Russia.
In early April, the Creditors? Committee and Competition?s manager, Mr Yesin received a letter from the Ministry of Culture reporting about the Ministry?s privilege right in buying the Black Square. The committee agreed to keep the unique work in state part of Russian Museum Fund and decided to hand over the work of Malevich to State Ermitage, first for an expert examination which is necessary to objectively state the value of the picture.
April 22, independent expert Mr Putnikov recommended by the Ministry of Culture valued the picture at 1 million dollars. So, already April 25, the most famous work of Malevich was sold to Ermitage at the assessed valuation. Later, it will be exposed in a hall of the museum.
According to the Creditors? Committee, the valuation is just, especially taking into account the fact, that the picture was sold to the state without auction. Totally, the sum gathered from selling the bank?s collection made 2,5 million dollars which will be paid to the creditors.
more.