S I L E N T W O O D S I N D U S T R I E S / mei 2010 mail

Sally Dewinter KAGABLOG Sally Dewinter Fansite
visit The Garden Of Nothing!

FOUST
of de tragiek van het modernisme.



"De jalousie van Serenus Zeitblom" door Axel Linderholm.
Een van de vele hoogtepunten van Doktor Faustus in W139.



(Uitgesproken in Spui25, tijdens de presentatie van het boek "De Duivelskunstenaar" van Pieter Steinz.)

Zoals iedereen weet is de Duivel een man van woorden en muziek en eigenlijk niet van het beeld. Het is derhalve dat het faustthema in de beeldende kunst als onderwerp eigenlijk nauwelijks een rol speelt. Toch is er een relatie tussen de beeldende kunst en het Faustthema die veel dieper gaat dan alle opera's en hervertellingen bij elkaar. Over deze relatie wil ik het hier hebben.
Ik moet u wel waarschuwen dat dit verhaal niet goed afloopt.


Peter Parler, Self Portrait, 1386.



In 1386, ongeveer honderd jaar voor de geboorte van Faust plaatste de Duitse beeldhouwer Peter Parler in de St.Vitus Kathedraal in Praag, waarvoor hij als architect verantwoordelijk was, een borstbeeld van zichzelf op de triforium galerij temidden van andere notabelen van Praag.
Het wordt met enige historische souplesse beschouwd als het eerste zelfportret in de moderne westerse kunstgeschiedenis.
En hoewel het onderhavige portret eerder de verbeelding van een man in functie, dan een psycholische karakterstudie is, kunnen we het vanwege zijn plaats in de tijd toch beschouwen als voorbode van een obsessie die de westerse wereld tot op de dag van vandaag in haar greep zou houden: de obsessie met zichzelf.
Het beeld van Parler is de aankondiging van wat zich in de tijd dat Faust leeft tot een gangbare kunstuiting ontwikkeld. Plotseling, als vanuit het niets, maken kunstenaars zelfportretten.

De wereld van Peter Parler was in eerste instantie een mysterie en daarna pas een fysieke verschijning. De logica van die wereld is geworteld in wonderen en goddelijke interventie. De kathedraal waar het portret van Parler staat is de belichaming van die volgorde. Allereerst is zij een huis van God en klankkast voor de muziek, pas later een gebouw van steen.
De wereld waarin Johannes Faust honderd jaar later werd geboren was in bijna alles tegenovergesteld. Gelijktijdig en aangejaagd door elkaar valt zijn wereld ten prooi aan een hele reeks revoluties op politiek, religieus, wetenschappelijk en artistiek vlak die er uiteindelijk toe zullen leiden dat die wereld in eerste instantie als fysieke verschijning zal worden gezien en dat het mysthieke van deze werkelijkheid zal degraderen tot een luxe voor in het weekend. De gedachte is dat we het fysiek van de wereld moeten bestuderen, om die wereld te kunnen begrijpen.


Caterina van Hemessen, Self Portrait, 1548.



Faust werd met andere woorden op precies het juiste moment geboren. Geboren in een wereld waarbuiten zich steeds zichtbaarder een misselijkmakende oneindigheid en een even grote mate van toeval openbaarde. Geboren om de sublimatie te worden van een collectieve neurose die het gevolg was van deze in feite ontoepasbare kennis.

De geschiedenis van deze obsessie met zichzelf, die oorzaak en gevolg is van de hierboven genoemde revoluties, is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van het zelfportret. En het is verleidelijk om, wanneer je net geconstateerd hebt dat er een tijd was waarin er geen enkel zelfportret werd gemaakt, te bedenken dat er sinds die tijd eigenlijk uitsluitend zelfportretten zijn gemaakt. Na Faust wordt, net als Faust zelf, de kunstenaar in veel gevallen een eigennaam. Het is niet voor niets dat men alle schilderijen van Rembrandt in de eerste plaats "een Rembrandt" noemt. Het zijn weliswaar vaak indirecte portretten - een alchemistisch samenstelsel van penseelstreken, kleurpalet en onderwerpkeuze - maar even herkenbaar als een paspoortfoto.
En wanneer er aldus sinds pakweg 1500 enkel nog zelfportretten werden vervaardigd, dan moeten ook de oorspronkelijke notering van het Faust verhaal, een, in dit geval collectief, zelfportret zijn.


Johannes Gummp, Self Portrait, 1646.



Van hoge afstand bekeken kan men het plotselinge verschijnen van het zelfportret en de figuur Faust dan ook zien als een eerste levensteken. De oerkreet van de moderne mens.

Een mens die niet langer genoegen neemt met verwondering alleen, maar die wil weten en die zichzelf in zijn zucht naar kennis onverbiddelijk richting existentiele leegte en daaraan gekoppelde stress manouvreerd, wat dan wellicht de reden is dat de oerkreet van deze notoire huilbaby nu al ruim 500 jaar lang aanhoudt.

Het doel van Faust is niet anders dan dat van de portretschilders. Het doel van Faust is om zichzelf te zien. Te zien hoe hij werkelijk had kunnen zijn. Ontdaan van twijfel en lome scrupules.
Het is dus niet alleen het verlangen naar kennis en rijkdom, maar ook, en misschien met name, deze existentiele leegte die Faust in de armen van de duivel drijft. Een wanhoopsdaad dus, zoals ook het geschilderde zelfportret in essentie een wanhoopsdaad is. Dezelfde wanhoop drijft ook Adrian LeverkŸhn, de hoofdersoon van Thomas Manns fictieve biografie, en gemaskerde autobiografie, Doktor Faustus dat, alsof de duivel er mee speelde, precies 500 jaar na de dood van Johannes werd voltooid.


Jean Fouquet, Self Portrait, ca. 1450.



Doktor Faustus is een angstwekkend boek. De mate van detaillering waarmee geschreven wordt, de verbijsterende kennis van zaken en de bijna altijd weer onverwacht exacte plaatsing van de woorden is intimiderend op het Duivelse af. Op elke pagina vonkt het van de neuroses en al dan niet gewenste associaties. De werkelijkheid dringt zicht met een overweldigende dichtheid aan je op. De beklemming neemt nog toe wanneer duidelijk wordt dat al de dingen en mensen die zo uitputtend beschreven worden vermoedelijk niet bestaan. En dat, alsof dat nog niet genoeg is, iedereen die bestaat, mens en duivel gelijk, maskers draagt. Want hoewel de tijd waarin het boek geschreven werd, tussen 1943 en 1946, een realistische gloed verleend aan het demonische element in de vertelling, is het overduidelijk dat LeverkŸhns omgang met de duivel een hallucinatie is. Een ziektebeeld.
De meest concrete aanwezigheid van de duivel in dit verhaal manifesteerd zich met name in de afwezigheid van een scheppende en bestierende God die een aanvaardbare betekenis geeft aan onze kennis van zaken.

Doktor Faustus is dan ook geen variatie op- of voortzetting van het oorspronkelijke verhaal, maar een even wanhopige poging om de geest weer terug in de fles te krijgen. Om dat te bewerkstelligen bedrijft Mann omgekeerde alchemie. Hij maakt lood uit goud en niets uit iets.
De argwaan tegen kennis van zaken die de menselijke maat ver teboven gaat, zoals de kunde van Faust of het gresnverleggende componeren van LeverkŸhn, wordt in het boek door verschillende personenages belichaamd.
Zo is daar de ambtloze geleerde Chaim Breisacher die voor weinig minder respect heeft dan voor 'de vooruitgang'. In zijn betoog voor een MŸnchens genootschap van geleerden, betreurt hij het verlies van het vermogen niet te willen weten. Een vermogen, zo stelt hij: "Nauw verwant aan de wijsheid, of liever gezegd een bestanddeel ervan." Vooruitgang, vind hij, is waanwijsheid.
Ook Serenus Zeitblom, jeugvriend de componist en fictief schrijver van de biografie, vraagt zich, wanneer LeverkŸhn hem heeft verteld van zijn reizen met Professor Capercailzie naar de bodem van de oceaan en het einde van het heelal, op bijna beledigde toon af wat hij met deze vergezichten van onbevattelijke afmeting moet. "Welke eerbied en welke uit eerbiedvoortkomende civilisering van het gevoel, kan nu worden afgedwongen door de voorstelling van zo'n onmetelijke flauwekul als het exploderende heelal?" Hij verkiest net als Breisacher bepaalde dingen niet te weten.

Dezelfde zalige onnozelheid vormt ook het decor van John Bergers' essay uit de bundel 'Ways of seeing" waarin hij de invloed die de fotografie op het zelfbeeld van de mens heeft gehad beschrijft. De fotografie, zegt hij, maakt dat de mens niet langer, zoals in de klassieke portretkunst, in functie wil worden afgebeeld, maar als zichzelf.
"Subject to the modern and lonely desire to be recognized as who one really is."
Een modern en eenzaam verlangen dat tot de komst van de fotografie, het exclusieve domein was van kunstenaars. Nadat op 1 februari 1900 de eerste rits-rats-klik camera van Kodak in New York van de lopende band kwam, kon de rest van de mensheid zich eraan wagen om vervolgens net zo massaal te falen.


Paul Gauguin, Self Portrait.



Het is opvallend, maar wederom thematisch exact, dat in Doktor Faustus, waarin de werkelijkheid zo panisch nauwkeurig wordt beschreven, geen enkel woord gewijd wordt aan het uiterlijk van de hoofdpersoon van het boek. Geen woord. Ruim 500 dichtbedrukte pagina's lang.
De slotsom van Manns aangrijpende zelfportret - en daarmee de slotsom van het modernisme - is dat wij, ondanks miljarden foto's, zelfportretten en facebook pagina's, onszelf nooit werkelijk kunnen zien en doorgronden. We kunnen de kleinste fysische bouwsteen- en de verste planeet zichtbaar maken, maar wijzelf blijven, zoals LeverkŸhn in Doktor Faustus, een leeg portret.
Een leegte die grote wordt naarmate onze kennis van de wereld om ons heen toeneemt.
Dat is in kort bestek de tragiek van het modernisme dat begon met Faust.

Wat ons rest zijn metaforen.

10 mei 2010.


DOKTOR FAUSTUS
MUZIEKAVOND






previous