|
JESUS FREUD & ![]() ![]() ![]() ![]() KLANK - EN ZELFBEELD ![]() Perotinus Magnus Klank- en zelfbeeld in de Middeleeuwen De drie en vierstemmige polyfonieen van Perotin hebben altijd een stem meer dan er zangers zijn. De laatste stem in de composities is de stem van het gebouw waarvoor de muziek werd gecomponeerd. En het is dan ook niet verwonderlijk dat de liederen in hun klankarchitectuur de kathedralen waarin ze ten gehore werden gebracht weerspiegelen op een wijze die doet vermoeden dat het gebouw slechts de mal is voor dit reusachtige afgietsel van slingerende klanken. De optische illusie van de fysieke archirectuur, met haar streven naar hemelse hoogten, vindt in de raadselachtige boventonen van de muziek haar spiegelbeeld. Veeler dan, als sinds de vroege Barok gangbaar is, God met de muziek te eren, lijkt het streven van Perotin en de School van de Notre Dame niets minder dan de openbaring en opvoering van God zelf, zwevend op een hemelse klankenwolken. John of Salisbury (1120-1180) bisschop van Chartres, beschrijft in De nugis curialiam wat er met de luisteraar gebeurd: "De hoge tonen vermengen zich op zo'n wijze met de tenor en de bas, dat de oren hun macht tot oordelen verliezen. Te ver doorgevoerd roept deze muziek eerder gevoelens van lust dan van devotie op: maar met mate opgevoerd verdrijft het de zorgen uit de ziel, verspreid vreugde en vrede en verheuging in God, en verplaats het de ziel naar het samenzijn der engelen." In die reusachtige klankkast van de kathedraal zijn de zangers als een machine die onophoudelijk klanken voorduwen, de hoogte in, opdat ze uiteindelijk als zalige motregen van boven op de vergadering neerdalen. Voor ontroering, tranen of een modernistische gevoel van verbondenheid met het Opperwezen is in deze setting geen plaats. Het christelijk geloof zoals dat hoorbaar wordt in de muziek van Perotin is vooral een collectieve mysthieke ervaring van de Eewige. God spreekt in de boventonen. En de kathedraal, die klankkast, is zijn instrument. De vraag is nu of de muziek uit de architectuur geboren werd, of dat het omgekeerde waar is. Luisterend naar dit complexe bouwwerk van klanklijnen met in gedachten die fantastische stenen instrumenten wordt het cartooneske mensbeeld dat ons vanuit de teken- en schilderkunst van die tijd aanstaart meer en meer verdacht. De soms zeer treffende en geconcentreerde penseelstreken van sommige prenten en schilderingen maken dat duidelijk dat er ook op dit gebied meesters bestonden die de visuele kunsten naar een hoger niveau van verfijning hadden kunnen voeren. Maar dit gebeurde niet. Men is geneigd te denken dat de wijze waarop de mens zijn eigen soort uitbeeld, iets zegt over zijn zelfbeeld. En de schematische, anonieme mens die uit de middeleeuwse teken- en schilderkunst opdoemd sluit inderdaad goed aan bij ons beeld van de in feodale structuren gevangen voorvader. Een volk dat onder constante bedreiging leeft en dat kennis heeft van zijn eigen kwestbaarheid is geneigd traditioneel te denken. De middeleeuwer, zo lijken de stripverhalen uit die tijd te vertellen, zat vast in de traditie die hij groots verbeeldde in stadsomringende vestingwerken. Ingesloten, maar veilig. Maar net als met de kathedralen en de muziek is ook hier de vraag of de tekeningen vorm hebben gekregen door het mensbeeld of dat het mensbeeld juist (mede-)gevormd is door de tekeningen. Het was voor de middeleeuwer, onderworpen aan seizoenen, zijn heer en de altijd onzekere luim van het Opperwezen van het grootste belang vooral praktisch te handelen. En wat is er, in de tijd voor mechanische woord- en beeld reproduktie, praktischer dan de beeldtaal net zo schrijfbaar te maken als die andere taal? Wellicht dus dat door praktische omstandigheden een beeldtaal, in een bijna hieroglyfishe betekenis van het woord, is ontstaan die door haar dominante aanwezigheid het zelfbeeld van haar publiek is gaan bepalen. ART HISTORY ![]() Also see: The Bob-Matic ![]() Two young aspiring artists trying to charm their way into the heart and productionbudget of a youngish MTV-europe producer at the launchparty of the new european headquartes. ______________________________________________________ INTRODJOEZING
"Zijig heult de leemte ![]() Hij kijkt zenuwachtig om zich heen. Wil zich opduwen uit de stoel maar stopt halverwege. Blijft heel even met grote krachtsinspanning boven de zetel zweven. Laat zich dan met een zucht terugvallen. Mompelt: "Verdomme," en kijkt me met een wanhopige blik aan. "Wat is er?" "Zou je me alsjeblieft willen verbieden om nu al aan de Gin te gaan?" "Uit vriendschap?" "Uit vriendschap." Neemt mijn pakje Camel-lights van het tafeltje dat tussen ons in staat en bestudeert het dromerig. Snuift de geur van de tabak op. "Er hangt iets laveloos' in de lucht," zegt hij. Het is twee uur 's middags. Een stralende zomerdag. Het bos ruikt naar droog hout. De hitte slaat al het geluid stil. De dieren en hun kreten verschuilen zich in de schaduw. De deuren naar de tuin staan open. Het is stil. Zijn fluisterende stem klinkt als van heel dichtbij. "Ik wil nog niet... weet je: niemand verbied mij ooit nog iets. Ze laten het allemaal gebeuren. Niemand die zegt: zeg Willem zou je dat wel doen?" "Precies zoals je het zelf altijd wilde." "Ik weet het, maar mag ik daar soms even spijt van hebben? Verlangen naar een leven waaruit ik zou willen vluchten als het mijn leven was?" Ik sta op. Zeg dat ik koffie ga zetten. En voor hem een glas frambozen limonade. Als ik tien minuten later terugkom zit hij nog precies zo in zijn stoel als ik hem achter heb gelaten. Hij schrikt op als ik het glas voor hem op tafel zet. "Ik wil deze dag nog niet vergeten. Het is totnutoe een onopvallende dag geweest. Zoals er zovele zijn. Zoals er zovele onopvallende mensen zijn geweest." Hij kijkt zoekend om zich heen. Trage onrust neemt bezit van zijn hoofd. Er hangt inderdaad iets laveloos' in de lucht. Een onrust, een melancholieke drang die door drank gemakkelijk in redeloze woede en verdriet zou kunnen omslaan. Hij bestudeert de parelende condensdruppels op de buitenkant van het glas. Zijn blik is meewarig en vol compassie. Hij duwt een paar druppels op zijn duim en volgt het glinsterende spoor dat van zijn nagel glijdt. "Weet je... even een beetje zeuren, sorry hoor... met het ouder worden lijken de Dingen zelf minder belangrijk te worden. Van veel grote gewicht is de ruimte die hen omhelst. Het licht dat op ze valt. De schaduw die zij werpen op hun omgeving. Niet dat je er iets mee opschiet, maar ze hebben toch allemaal gelijk, die oude filosofen. Ik zat laatst op het terras en keek naar mijn eigen schaduw en werd er mateloos door geboeid en op een vreemde manier ontroerd. Kijk: je weet natuurlijk al heel lang hoe het zit. Die schaduw is net zo belangrijk, of onbelangrijk als de schaduwwerper. Dat wist ik natuurlijk al jaren. Ik ben niet gek. Maar opeens voelde ik het ook echt zo. En ik dacht ook: die schaduw is er langer dan ik. Als ik er niet meer ben zal mijn schaduw er nog zijn. En ik verbaasde me ook over het feit dat het MIJN schaduw was, en niet die van iemand anders." Hij schiet plotseling in de lach. Mompelt: "Zes oliebollen." "Wat?" "Mijn tante en haar man gingen ieder jaar met oud en nieuw op bezoek bij hun dochter, haar man en hun twee kinderen. Vast gegeven was dat tante oliebollen bakte en in een zakje meenam. Zes. Zes oliebollen. Voor iedereen een. Keihard waren ze. Gebakken in jarenoud vet dat eens per jaar uit de kast werd gehaald. Kun je je die treinreis voorstellen? Zes oliebollen in een vetpapieren zakje? Ze geloofde in geesten, die tante. Verder was haar verbeelding zo droog en levensloos als de Kalahari. Maar in geesten geloofde ze wel." Hij schudt zijn hoofd terwijl er nog eens een lach sissend aan zijn mond ontsnapt. Zes. Zes oliebollen. Voor iedereen een. Zeg: kunnen we iets DOEN om te zorgen dat we deze dag nooit meer vergeten? Kunnen we iets verzinnen waarmee we haar in de adelstand van onze dierbaarste herinneringen verheffen?" Later die middag fiets ik naar het dorp en huur Close Encouters van David Lean in de plaatselijke videotheek. Ik koop meel en bier en olie en rozijnen. Willem schuifelt de keuken binnen als ik de oliebollen uit de pan wil halen. "Nee, je moet ze d'r langer in laten zitten. Ze moeten bruiner en droger worden. Heel taai." Met zes taaie oliebollen voor ons op tafel kijken we in de vroege avond naar de film.
Int Finsterwald verboomd de Walgdebiel. ![]() One of P.G.Tuinders' earliest computerrenderings. Titled: Nothing nr. 1 DE GROENE AMSTERDAMMER ![]() ![]() ![]() ![]() THE GARDEN IS AN EARLY BATTLEGROUND ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() WAR & PENCIL ![]() For over a year now Parker G. Tuinder, seven years and 7 months of age - sole heir of the Tuinder Estate - has been drawing intergallactic battlefields. Although very clearly inspired by the tactics and armory of the Star Wars Saga, P.G. Tuinder in his rendering and composition also makes us think back of Lasceaux and the Bayeux Tapestry. Like a Napoleon, this young general, uses even the remotest parts of the scenary to engage his battle. Much to the envy of his father who's professionaly struggling with ' composition' and 'meaning'. So from now on, as a matter of teaching & devotion, these battlefields will feauture this site, and will be updated whenever the situation demands of us to do so. ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() REVE & METER METERKASTEN
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |